De nabestaanden van de slachtoffers van de zogenoemde Decembermoorden vertrouwen er niet meer op dat de Surinaamse rechter het proces tegen de verdachten snel en eerlijk afhandelt. 

Ze stappen daarom naar de mensenrechtencommissie van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), dat vergelijkbaar is met het Europees Hof voor de Mensenrechten.

''We hebben steeds minder het gevoel dat de Surinaamse rechtstaat deze zaak tot een goed einde gaat brengen. We hopen dat onze klacht bij de OAS een aansporing voor de krijgsraad zal zijn om de zaak snel af te handelen”, zegt advocaat Hugo Essed van de nabestaanden.

In het proces staan 25 verdachten, inclusief de huidige president Desi Bouterse, terecht voor hun vermeende betrokkenheid bij de moord op 15 vooraanstaande Surinamers in december 1982.

Politieke moord

Een van de oorzaken waarom de zaak zo moeizaam verloopt, is volgens Essed het feit dat het om politieke moorden gaat. ''Hoe je het ook draait en keert, doordat de hoofdverdachte de president is, is het een heikele zaak. Het is een ongunstige omstandigheid die doorwerkt in hoe de krijgsraad zijn werk doet.''

Ook vinden de nabestaanden dat de rechter en het Openbaar Ministerie te weinig kennis hebben van het internationaal recht en Surinaams staatsrecht.