De Europese Unie ergert zich aan de internetverboden in de kandidaatlidstaat Turkije. Een land dat onderhandelt over toetreding tot de unie, mag de vrijheid van meningsuiting en pers niet beperken.

Dat was de teneur onder de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU zaterdag op een bijeenkomst in Athene, waaraan ook een Turkse delegatie meedeed. Het was een ''open en openhartige discussie'', aldus EU-buitenlandchef Catherine Ashton.

De EU-ministers laakten de blokkades van het sociale medium Twitter en de videowebsite YouTube door de conservatieve regering-Erdogan. ''Dat heeft veel Europese partners, ook ons, geïrriteerd'', aldus de Duitse minister Frank-Walter Steinmeier.

De EU voelt echter niets voor sancties, zoals een opschorting van het toetredingsoverleg. De onderhandelingen worden met Turkije gevoerd, niet met Erdogan, luidt de redenering. De EU zal de ontwikkelingen wel nauwlettend in de gaten houden.

Zorgen

Minister Frans Timmermans uitte begin deze week al zijn ''grote zorgen'' over de Turkse acties tegen internet. Het land gaat niet ''in de goede richting'', zei hij in een debat in de Tweede Kamer. Hij uitte de hoop dat de Turken de hervormingen weer oppakken.

Erdogan wil met de verboden een einde maken aan de berichtgeving over corruptie in de regering en aan onthullingen van staatsgeheimen. Rechters vinden de blokkades echter in strijd met de wet.