Nederland zal bekijken wat het nog meer kan doen in de Oekraïne-crisis. ''We staan open voor discussies over wat er misschien nog meer zou moeten gebeuren.''

Dat stelt minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken dinsdag na NAVO-beraad in Brussel over de NAVO-partner Oekraïne, waarvan het schiereiland Krim onlangs is ingenomen door de Russen.

Den Haag gaat onder meer kijken hoe het staat met de paraatheid aan Nederlandse kant in de zogenoemde Nato Response Force (snelle NAVO-reactiemacht).

Nederland is nu bij de bescherming van Oost-Europese NAVO-landen betrokken met een tankvliegtuig dat Awacs-radarvliegtuigen bijtankt. Die toestellen patrouilleren in het luchtruim van Polen en Roemenië. ''Dat zetten we gewoon door'', aldus Timmermans.

NAVO

Volgens de minister heeft de NAVO een belangrijk politiek signaal gegeven. Als NAVO-bondgenoten het gevoel hebben dat zij wel eens het volgende slachtoffer kunnen worden van de Russische agressie, zullen ze niet in de steek worden gelaten als ze worden bedreigd. ''Het bondgenootschap staat pal voor haar lidstaten: een aanval op één is een aanval op allen.''

De minister noemde de situatie aan de Russisch-Oekraïense grens levensgevaarlijk, nadat de Russen daar tienduizenden soldaten hebben samengetrokken.

Toch ziet hij als enige uitweg uit de crisis geen militaire oplossing, maar een diplomatieke ''die je aan de onderhandelingstafel kunt bereiken''. Gesprekken blijven mogelijk, ook nu de NAVO de praktische samenwerking met de Russen heeft verbroken, aldus Timmermans.