Een rechtbank in Tel Aviv heeft de Israëlische oud-premier Ehud Olmert schuldig bevonden aan corruptie.

Als burgemeester van Jeruzalem (1993-2003) heeft hij volgens de rechtbank voor miljoenen steekpenningen aangenomen bij het bouwproject Holyland in de stad.

Ook negen anderen, onder wie nog Olmerts opvolger als burgemeester Uri Lupolianski, werden schuldig bevonden. Drie verdachten werden vrijgesproken.

De rechtbank bepaalt later de straf. Volgens juridische deskundigen moet de oud-premier met verscheidene jaren gevangenisstraf rekening houden. Het is de tweede veroordeling van Olmert voor corruptie.

In september 2012 veroordeelde een rechtbank in Jeruzalem hem tot een voorwaardelijke celstraf van een jaar en een boete van 75.300 shekel (ongeveer 15.000 euro).

Olmert kreeg die straf omdat hij als minister van Handel en Industrie (2003-2006) een relatie had bevoordeeld. Dat hij enveloppen met smeergeld zou hebben aangenomen werd niet bewezen geacht.

Schenking

De rechtbank achtte wel bewezen dat de intussen overleden zakenman Schmuel Dechner, kroongetuige van het Openbaar Ministerie, Olmerts broer Jossi omgerekend ruim 100.000 euro heeft geschonken. De broer kende toentertijd ernstige financiële problemen.

De rechter oordeelde dat Dechner het bedrag niet uit naastenliefde heeft gegeven, maar om steun voor zijn projecten te krijgen. Tegen Holyland in het zuidwesten van Jeruzalem waren honderden bezwaarschriften ingediend, omdat het grootschalige complex niet zou passen bij de gebouwen in de omgeving.

Olmert (68) was premier van april 2006 tot maart 2009.