Meer dan 52 miljoen Turkse kiesgerechtigden kunnen zondag hun stem uitbrengen in de gemeentelijke verkiezingen.
 

​De plaatselijke politiek wordt echter volkomen overschaduwd door de landelijke.

De steeds meer autoritair regerende premier Recep Tayyip Erdogan vecht om zijn politieke bestaan. Hij heeft zelf de stembusgang uitgeroepen tot een referendum over zijn beleid.

Zijn regering stond sinds 2003 voor belangrijke hervormingen en een enorme economische groei met een grote stijging van de koopkracht.

Maar zijn imago wankelt door corruptieschandalen en een bittere strijd die is uitgebroken met een voormalige bondgenoot, de machtige liberale islamist, Fethullah Gülen. Die heeft volgens Erdogan een staat in een staat opgezet.

De belaagde Erdogan verbiedt en blokkeert nu meer dan hij hervormt. Het is zondag de grote vraag of de kiezers hem dat vergeven of dat ze genoeg van hem hebben. Hij heeft een trouwe aanhang.

Maar bij het verlies van burgemeestersposten in Ankara of Istanbul of bij een sterke teruggang voor zijn AK-partij (partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling) in de 81 provincies het land, zou dat het begin van het einde kunnen zijn voor Erdogan.