De autoriteiten in de Amerikaanse staat Washington hebben het aantal vermisten na de verwoestende aardverschuiving van zaterdag flink naar beneden bijgesteld. 

In plaats van 176 mensen zoeken reddingswerkers nu nog 'slechts' zo'n negentig personen, zo werd woensdag (lokale tijd) bekendgemaakt.

Hulpverleners hebben, sinds de natuurramp in het plaatsje Oso plaatsvond, tot nu toe 16 slachtoffers geborgen. Zij hebben bovendien nog eens acht andere lichamen gelokaliseerd, maar deze nog niet kunnen uitgraven.

Wel boekten reddingswerkers eerder op de dag een succesje, toen zij een 4-jarig jongetje uit een modderstroom redden. Zij hesen het jongetje in zijn onderbroek, zijn broek bleef in de modder hangen, in een reddingshelikopter. De vader van het kind en zijn drie broers en zussen behoren nog tot de vermiste personen.

Slechte weer

De modderstroom bij Oso bedolf tientallen huizen, waaronder vakantiehuizen. De vermoedelijke oorzaak is hevige regen, die het grondwater deed stijgen. De autoriteiten vrezen dat sommige lichamen nooit meer worden teruggevonden.

De tweehonderd hulpverleners die meehelpen bij de zoektocht worden gehinderd door het slechte weer, dat mogelijk nog meer verschuivingen kan veroorzaken.