De Libische volksvertegenwoording, het Nationale Congres, heeft dinsdag premier Ali Zeidan afgezet. 

Het voorlopige parlement nam een motie van wantrouwen aan omdat de regering niet lijkt te kunnen voorkomen dat rebellen in het oosten Libische olie exporteren voor eigen gewin.

Directe aanleiding voor de motie van wantrouwen was de mislukte poging van Libische marinevaartuigen om in de Golf van Sirte een Noord-Koreaanse olietanker met 234 duizend vaten ruwe Libische olie aan boord tegen te houden.

Het betreffende schip had de olie ingeladen in de haven van al-Sidra. De haven wordt gecontroleerd door rebellen die autonomie in oost-Libië willen en ook willen meeprofiteren van olieinkomsten. Libische overheidsvertegenwoordigers hadden eerder beloofd "volledige controle" over de betreffende tanker te hebben. 

Wat er precies met het schip is gebeurd, was na het aftreden van Zeidan nog onduidelijk. Een militaire woordvoerder zei dat er op de tanker is geschoten en dat die is beschadigd. De Italiaanse marine is volgens hem te hulp geroepen om de tanker op te brengen. Het schip is niet ontkomen, maar vaart ten oosten van al-Sidra, aldus de zegsman.

De taken van Zeidan worden voorlopig waargenomen door Abdullah al-Theni die ook minister van Defensie is. Het parlement wil binnen vijftien dagen een opvolger kiezen, meldde de niewszender al-Arabiya.

Verdeeld

Zeidan is een liberaal die niet aan een partij is gebonden. Zijn regering is er niet in geslaagd greep te krijgen op het door rebellen en stammen verdeelde land.

In oktober werd de premier in Tripoli enige tijd gegijzeld door een gewapende militie die in de hoofdstad rondhing. Zeidan zelf heeft eerder betoogd dat islamisten in het Nationaal Congres op zijn val uit zijn.

In 2011 begon in het noordoosten een opstand tegen het regime van dictator Muammar Kaddafi. Het regime werd datzelfde jaar nog, vooral dankzij westerse militaire steun, ten val gebracht. Maar het land kent sindsdien vrijwel geen centraal gezag meer.