Twee miljoen kinderen in Syrië hebben psychologische hulp nodig als gevolg van wat zij hebben meegemaakt in de burgeroorlog.

Dit stelt het VN-kinderfonds Unicef. ''Voor de kinderen in Syrië waren de afgelopen drie jaar de langste van hun leven'', aldus Unicef-directeur Anthony Lake.

Hij presenteerde maandag in New York een rapport waarin schokkende individuele lotgevallen worden beschreven.

De 4-jarige Adnan, die bij een bombardement in het gezicht werd geraakt, heeft weliswaar met zijn ouders naar het relatief veilige Libanon kunnen vluchten. Maar ''hij gilt elke nacht'', aldus zijn moeder: ''Hij is bang voor alles en is bang als wij hem alleen laten, ook al is het maar voor één seconde.''

Sinds het begin van de burgeroorlog drie jaar geleden zijn er 37.000 baby's geboren in Syrië. Veel kinderen hebben nooit iets anders gekend dan oorlog, en daardoor is hun ziel beschadigd.

Onbelemmerde toegang

Er zijn zo'n drie miljoen kinderen van leerplichtige leeftijd die niet naar school kunnen gaan.

Ook fysiek hebben Syrische kinderen het zwaar te verduren. Volgens Unicef zijn één miljoen kinderen afgesneden van noodhulp en moeilijk te bereiken.

Unicef eist een einde aan het geweld en onbelemmerde toegang voor hulporganisaties. Ook moet er psychologische hulp komen voor getraumatiseerde kinderen.