Bijna een kwart (23,8 procent) van de opbrengst van de Giro 555-actie voor noodhulp op de Filipijnen is inmiddels besteed. De Samenwerkende Hulporganisaties hebben nog twee jaar om de rest van het geld uit te geven.

Dat blijkt donderdag uit een tussenrapportage van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO). Van de 36 miljoen euro is 8,6 miljoen euro uitgegeven aan onder meer noodhulp, medicijnen en schoon drinkwater. 

De tussenrapportage geeft tot dusver een schatting aan, omdat de verantwoording van de bestedingen nog niet volledig is verwerkt. 

Sinds de tyfoon Haiyan in november 2013 over de Filipijnen raasde zijn er tienduizenden voedselpakketten uitgedeeld. Tienduizenden mensen ontvingen bouwmaterialen voor tijdelijk onderdak, 4.600 kinderen zijn gevaccineerd en onder meer de watervoorziening in het zwaar getroffen Tacloban is gerepareerd. Een derde van de getroffen bevolking heeft nu weer schoon drinkwater.

Ook de infrastructuur in het land is voor een deel hersteld. De vliegvelden zijn weer bereikbaar, enkele bruggen zijn gerepareerd en veel wegen zijn weer begaanbaar, hoewel dit afhankelijk is van het weer.

Volgens het Filipijnse ministerie van Onderwijs gaat zo’n 73,5 procent van de kinderen weer naar school. Alleen Tacloban loopt hierin achter. De stad werd zwaar getroffen door de tyfoon en sommige scholen worden er nog als evacuatiecentrum gebruikt. Minder dan de helft van de kinderen gaat hierdoor naar school.

Volgens de geregistreerde cijfers kwamen bij de ramp in november 6.201 mensen om het leven. Zo'n 4,1 miljoen mensen verloren hun huis en 14,1 miljoen mensen werden afhankelijk van noodhulp, dat is ongeveer 14 procent van de totale Filipijnse bevolking (97 miljoen mensen).

Veel werk

Volgens SHO-actievoorzitter Henri van Eeghen is er in de eerste maanden na de ramp veel veranderd. "Het verschil met drie maanden geleden is groot. Duizenden tonnen puin zijn geruimd. Straten zijn schoongeveegd en mensen proberen hun leven weer op te pakken."

Toch moet er nog veel worden gedaan. "De omvang van de ramp is immens. Hulporganisaties verleggen hun focus op dit moment steeds meer van noodhulp naar wederopbouw. Die wederopbouw gaat nog jaren duren."

Volgens Van Eeghen is dit niet gemakkelijk. "Zorgen zijn er over de grote hoeveelheid huizen die gebouwd moet worden. Lukt het om genoeg stevige en betaalbare materialen en expertise in te zetten?" Door schaarste zijn de voedselprijzen, maar ook de prijzen van bouwmaterialen hoog.

Volgens de Verenigde Naties is er zo’n 575 miljoen euro nodig voor het eerste jaar hulpverlening in de getroffen gebieden. In februari 2014 is pas 44 procent hiervan gedekt. Begin februari werd bekend dat wereldwijd 225 miljoen euro is opgehaald voor hulp aan de Filipijnen.

Economie

Omdat de tyfoon de lokale economie heeft vernietigd zijn veel mensen afhankelijk van nieuwe inkomstenbronnen. Onder meer de kokossector is vernietigd, zo’n 33 miljoen kokospalmen zijn beschadigd of verwoest. Dit was de inkomstenbron van zo’n 5,9 miljoen Filipijnen.

In februari liet het Rode Kruis al weten boeren geld te geven zodat ze zaden konden kopen om weer in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Ook zou het geld op de markt uitgegeven kunnen worden zodat de economie weer opgang komt.

Bekijk een reactie van Van Eeghen:

Beweeg de cursor over het diagram om de bedragen te zien. De gegevens zijn afkomstig van SHO. Bekijk hier een grote versie. - (c)NU.nl/Jerry Vermanen