Zuid-Sudan stevent af op een humanitaire ramp als daar niet snel nieuw voedsel wordt verbouwd. Daar zijn de Verenigde Naties (VN) bang voor.

Door het geweld in het land kunnen boeren niet langer hun werk doen. Het is cruciaal dat de komende drie maanden nieuwe gewassen worden geteeld, zei VN-coördinator Toby Lanzer dinsdag.

Als dat niet lukt, kan er niet op tijd worden geoogst. Het voedseltekort zal dan uitmonden in een humanitaire ramp. ''Dat wordt een catastrofe." Voor zo'n 3,7 miljoen inwoners is de voedselvoorraad niet gegarandeerd.

Zuid-Sudan is sinds december het toneel van een bloedige stammenstrijd. Die ontstond nadat president Salva Kiir zei dat er een poging tot een staatsgreep was verijdeld.

Rebellen onder leiding van ex-vicepresident Riek Machar vechten sindsdien tegen de regering van de president. Die zijn niet alleen politieke opponenten, maar behoren ook tot twee verschillende stammen, de Dinka en de Nuer.

Staakt-het-vuren

''Wat de Zuid-Sudanezen het hardst nodig hebben, is de mogelijkheid om hun vee te verplaatsen en gewassen te verbouwen", aldus Lanzer. De VN-coördinator drong er bij beide partijen op aan in elk geval de komende maanden een staakt-het-vuren in te nemen, zodat boeren hun gewassen kunnen planten.

Hoewel de twee stammen eind januari een wapenstilstand bereikten, wordt in sommige delen van het land nog gevochten.

Sinds de burgeroorlog uitbrak zijn duizenden mensen gedood en zijn meer dan 860.000 mensen ontheemd. Van hen zijn 740.000 nog in het land. De rest is gevlucht naar buurlanden. Volgens de VN zijn zo’n 4 miljoen mensen in Zuid-Sudan aangewezen op hulp.

Humanitaire organisaties kunnen deze echter vaak niet bieden omdat de veiligheid voor hulpverleners vanwege de chaotische situatie niet gegarandeerd is.