Een rapport van Amnesty International over grof en onnodig geweld van Israëlische troepen tegen Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever, is zeer slecht gevallen in Israël. 

In de ogen van Israël belicht de mensenrechtenorganisatie de complexe situatie eenzijdig en baseert ze zich op onjuistheden. Het rapport is schandelijk en lijkt meer op een public relationswerk dan een serieus rapport, zo laat het ministerie van Buitenlandse Zaken van Israël donderdag weten.

Volgens Amnesty zijn vorig jaar 22 Palestijnen gedood door Israëlische militairen of agenten, van wie 14 tijdens protesten. Er waren volgens Amnesty vier kinderen bij. In alle gevallen vormden de Palestijnen geen onmiddellijk gevaar voor de levens van Israëlische burgers of militairen, stelt Amnesty.

Israël benadrukt dat er in deze periode fors meer Palestijns geweld was en dat Amnesty volledig voorbij gaat aan de moeilijke situatie waarin zijn manschappen zich bevinden.

Incidenten

Zo zijn er in 2013 zeker vijfduizend incidenten geweest waarin Palestijnen met stenen gooiden of slingerden. Volgens Israël leidde dit vaak wel degelijk tot levensbedreigende situaties, zeker als er ook brandbommen werden gegooid en geschoten werd.

''Het aanhoudende en buitensporige geweld tegen vreedzame demonstranten op de Westelijke Jordaanoever door Israëlische troepen lijkt erop te duiden dat het hierbij om beleid gaat'', stelt Philip Luther, directeur Midden-Oosten van Amnesty. Maar volgens Israël gaat het niet om vreedzame demonstranten en is Amnesty obsessief bezig en tobt ze met een politieke agenda.