Hoewel verbetering van de gezondheidszorg na de NAVO-interventie in Afghanistan vaak wordt genoemd als een succes, blijkt in de praktijk dat Afghanen nauwelijks toegang hebben tot medische zorg.

Dat is de conclusie van een onderzoek van Artsen zonder Grenzen.

Gedurende zes maanden in 2013 voerde de hulporganisatie gesprekken met achthonderd patiënten in de vier ziekenhuizen waar Artsen zonder Grenzen actief is: in Kabul, Helmand, Khost en Kunduz.

Gevechten, gewapende groepen die medische voorzieningen bezetten, checkpoints en aanvallen op ambulances en medisch personeel leiden ertoe dat Afghanen niet de hulp krijgen die ze nodig hebben.

Ziekenhuizen hebben een gebrek aan medicijnen, gekwalificeerd personeel en elektriciteit en de klinieken zijn bovendien vaak ver weg. Afghanen kunnen een behandeling ook vaak niet betalen.

Uit het onderzoek blijkt dat in drie van de vier gevallen mensen verlaat het ziekenhuis hadden bereikt vanwege gevechten of onveiligheid 's nachts. Eén op de vijf ondervraagden verklaarde in het afgelopen jaar een famlielid of goede vriend te zijn verloren, omdat die persoon geen medische zorg kon krijgen.

Bloedig

2013 is een bloedig jaar gebleken, blijkt ook uit het onderzoek van Artsen zonder Grenzen: één op de vier respondenten heeft in het afgelopen jaar een famielid of vriend verloren vanwege het geweld. Het aantal gewonden als gevolg van wapens is in 2013 in Afghanistan met 60 procent gestegen. 

De NAVO moet uiterlijk in oktober beslissen over de geplande nieuwe missie in Afghanistan. De 28 NAVO-lidstaten wachten op de ondertekening van een veiligheidsakkoord tussen het belangrijkste NAVO-lid Verenigde Staten en Afghanistan. Nederland heeft nog geen knoop doorgehakt over een bijdrage.