Twee voortvluchtige eigenaren van een in november 2012 afgebrande fabriek in Bangladesh hebben zich zondag bij de rechtbank gemeld.

Dat meldt persbureau AP. Het echtpaar zou direct hebben verzocht om op borgtocht vrij te worden gelaten. Dit werd hen echter geweigerd.

De twee, Delwar Hossain en zijn vrouw Mahmuda Akter, worden medeverantwoordelijk gehouden voor de dood van 112 fabrieksarbeiders bij Tazreen Fashion, een fabriek dertig kilometer ten noorden van de hoofdstad Dhaka.

De fabriek brandde eind november 2012 helemaal af. Onderzoek heeft uitgewezen dat de werkers binnenin het pand opgesloten zaten.

In de fabriek werd kleding gemaakt voor onder meer de van oorsprong Nederlandse winkelketen C&A en het Amerikaanse bedrijf Wal-Mart.

Opsporingsbevel

Op 22 december werden dertien mensen aangeklaagd in verband met de brand. Een week later vaardigde de politie in Bangladesh een opsporingsbevel uit voor zes voortvluchtige verdachten, waaronder Hossain en Akter. De vier anderen zijn nog zoek.

Iets wat die de verdachten ten laste zal worden gelegd is volgens Reuters onder andere het gebrek aan nooduitgangen in de fabriek. Ook zorgde de ligging van de fabriek in een smalle steeg ervoor dat de brandweer het vuur slecht kon bestrijden.

Grote macht

Het grootschalige onderzoek naar de brand bij Tazreen Fashion is opmerkelijk, omdat de textielbranche grote macht uitoefent in Bangladesh. Het land is na China de grootste textielproducent ter wereld.

De afgelopen paar jaar vestigden verscheidene fabrieksrampen in Bangladesh wereldwijd de aandacht op de vaak abominabele omstandigheden waarin de arbeiders moeten werken.

Zo stortte in april 2013 een gebouw in waarin verschillende kledingproducenten waren gevestigd. Hierbij vonden ruim 1.130 mensen de dood.