Genitale verminking van meisjes en vrouwen lijkt veel vaker voor te komen dan blijkt uit cijfers van Unicef.

Volgens VN-data is vrouwenbesnijdenis vooral een Afrikaans probleem, maar uit onderzoek blijkt het ook tientallen miljoenen keren voor te komen in het Midden-Oosten en Azië, schrijft de Volkskrant donderdag.

Unicef geeft tegenover de Volkskrant toe dat dit neerkomt op 'onder-rapportage'. Volgens de data van de Verenigde Naties is besnijdenis bovendien vooral een Afrikaans probleem, maar rapportages van onderzoekers uit landen buiten Afrika geven een ander beeld. 

De gevallen van genitale verminking die buiten de VN-data vallen, betreffen vrijwel alleen moslims, schrijft de Volkskrant.

Irak

Volgens Unicef zijn er ten minste 125 miljoen vrouwen besneden, in de 29 landen waar het volgens de organisatie is geconcentreerd. Irak werd in 2013 toegevoegd aan de lijst.

De zaak kwam aan het licht door de Duits-Koerdische organisatie Wadi, meldt de Volkskrant. De organisatie kwam er bij toeval achter dat de praktijk ook veel voorkomt onder Koerden in Noord-Irak, en sloeg alarm.

Midden-Oosten

Nu zou ook het bewijs groeien dat besnijdenis ook veel voorkomt in een aantal landen in het Midden-Oosten, vooral in het Golfgebied. Uit een rapport over Oman van de organisatie bleek dat tachtig van de honderd vrouwen besneden zijn.

Ook in Azië zou er in islamitische landen worden besneden. Met name in Indonesië en Maleisië wordt de praktijk in grote aantallen uitgevoerd. Volgens de Universiteit van Maleisië is 94 procent van de Islamitische vrouwen in dat land besneden.

Vrouwenbesnijdenis wordt door de Verenigde Naties als een schending van de mensenrechten en een ernstige vorm van geweld tegen meisjes gezien.

Donderdag 6 februari is de Internationale Dag tegen Vrouwenbesnijdenis.