Drie maanden nadat tyfoon Haiyan de Filipijnen trof, waarschuwen hulpverleners dat de wederopbouw van de getroffen gebieden nog jaren zal duren.

Hulpverleners benadrukken dat er nog veel tijd en geld nodig is voor de Filipijnen de schade die Haiyan achterliet te boven is. 

De tyfoon raasde op 8 november over het land, waarbij volgens de meest recente cijfers van de Filipijnse overheid 6.201 mensen om het leven kwamen en 1.785 mensen vermist raakten.

In Nederland is de Giro 555-actie van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) eind vorige maand stopgezet, maar er kan nog tot eind februari worden gestort. Tot nu toe is 36 miljoen euro opgehaald, waarmee onder meer voedselpakketten, lesmaterialen, hygiënepakketten, bouwmateriaal, rijst en zaden aan boeren verstrekt.

Door de storm zijn 1,1 miljoen huizen deels of totaal verwoest. Ruim twintigduizend families leven nog in evacuatiecentra. De overheid heeft hulp gevraagd bij het herbouwen van achthonderdduizend huizen.

Volgens SHO is 80 procent van de bevolking begonnen met het herbouwen van hun huis, maar is er dringend behoefte aan bouwmaterialen. "De start van de wederopbouw is er, maar dat is echt een begin", zegt een woordvoerder tegenover NU.nl.

Inkomen

Hoewel de opbouwfase begonnen is, verleent het Rode Kruis ook nog steeds noodhulp. "Dat is lang", meent een woordvoerder van de hulporganisatie. "Er zijn nog steeds mensen (deels) afhankelijk van hulp, of dat nu van hulporganisaties is of van hun familie."

Miljoenen mensen kunnen door de gevolgen van de tyfoon niet in hun eigen onderhoud voorzien. "Akkers zijn verwoest, en als mensen al spullen hebben zoals vee of kokosnoten om te verkopen, zijn de markten nog niet functionerend. De prijzen zijn heel hoog en veel winkels en fabrieken zijn nog niet hersteld."

Bij veel hulporganisaties ligt de prioriteit nu dan ook bij oplossingen bieden om inkomsten te genereren, merkt SHO. Zo worden banen gecreërd voor reparatie van wegen of de reconstructie van huizen. Bij voorkeur wordt echter geprobeerd mensen te laten terugkeren binnen hun eigen sector, zoals visserij en landbouw.

De meeste organisaties die zijn aangesloten bij de SHO werken grotendeels of helemaal met lokale hulpverleners via partnerorganisaties. 

Meer tijd

Ook Artsen zonder Grenzen - niet aangesloten bij SHO - is nog actief in een deel van het getroffen gebied. Landencoördinator Alex Buchmann is in Guiuan op eiland Samar, ongeveer drie uur rijden ten oosten van Takloban.

Ook hij constateert dat de hulpverlening langzaam verschuift naar de fase van herstel op lange termijn. "Drie maanden na de ramp beginnen mensen zich te realiseren dat de wederopbouw veel meer tijd gaat kosten dan ze in de eerste maand na de tyfoon dachten."

Buchmann ziet dat mensen proberen hun leven op orde te krijgen, maar daar erg mee worstelen. "Ze moeten soms prioriteit geven aan werken, om voedsel op tafel te krijgen, terwijl ze die tijd eigenlijk nodig hebben om te bouwen aan een veilig onderkomen voor hun familie. Dat zijn heel lastige keuzes."

Regenseizoen

Ook de medische situatie blijft een grote zorg voor hulpverleners. "Het is anders dan de eerste nood vlak na de ramp, maar artsen merken indirect nog wel de gevolgen," zegt Buchmann.

"Patiënten die voor de ramp al een chronische ziekte hadden, bijvoorbeeld diabetes of hoge bloeddruk, hebben door de tyfoon tijdelijk geen toegang gehad tot medicijnen of medische hulp die ze anders wel krijgen. Daardoor is hun conditie verslechterd."

Door de verslechterde leefomstandigheden staan de inwoners langer bloot aan de elementen, en lopen ze meer kans op infecties als diarree, dengue (knokkelkoorts) en gele koorts.

Daarnaast is onder kinderen een mazelenepidemie uitgebroken. De regering start daarom een grote inentingsactie, samen met hulpverleners van het Rode Kruis.

In de Filipijnen is inmiddels het regenseizoen aangebroken, waardoor modderstromen ontstaan. Kortgeleden werd het land bovendien opnieuw getroffen door tropische stormen, waardoor huizen op Leyte opnieuw zwaar beschadigd raakten.

Preventie

Het Rode Kruis geeft daarom niet alleen in noodhulp, maar werkt ook aan preventie. "We leren mensen huizen steviger maken, geven EHBO en trainingen en helpen bij uitbreiding van het aantal schuilplekken", aldus de woordvoerder.

"Ook geven we geld, zodat boeren weer zaden kunnen kopen en weer in hun eigen onderhoud kunnen gaan voorzien. Of mensen kunnen met dat geld voedsel op de markt kopen, zodat de lokale economie weer op gang komt."

De organisaties die aangesloten zijn bij SHO hebben twee jaar de tijd om het geld van Giro 555 te gebruiken. Daarna zullen de meesten doorgaan met de hulpverlening, maar dan met andere fondsen. 

Voor AzG, dat zich beperkt tot noodhulp, ligt dat anders. In Guiuan, waar Buchmann zich bevindt, bouwt AzG een nieuw ziekenhuis, omdat het oude volledig was verwoest. "Dat duurt nog vier tot vijf maanden. Daarna bouwen we onze hulp hier af."

Volgens Buchmann is de lokale staf goed in staat het dan weer over te nemen. Hij wijst erop dat de Filipijnse lokale en regionale overheden goed hebben samengewerkt met de regering. "Daar moet de nationale overheid voor geprezen worden, ze hebben veel werk verricht."