Militairen van het Iraakse leger hebben maandag samen met strijders van stammen die met hen samenwerken, 57 leden van de extremistische soennitische beweging Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIL) gedood. 

Dat gebeurde in de westelijke provincie Anbar.

De meeste doden vielen in de buitenwijken van de stad Ramadi, liet het ministerie van Defensie in Bagdad weten.

Onafhankelijke bronnen hebben het bericht niet bevestigd. Aanhangers van ISIL en andere soennitische groepen die tegen de sjiitische regering vechten, namen begin dit jaar in Anbar de stad Fallujah en delen van Ramadi in.

Falluja is nog steeds in handen van de extremisten. De regering zou een offensief tegen de stad voorbereiden. Premier Nuri al-Maliki heeft tot nu toe een aanval op Falluja tegengehouden om via onderhandelingen een oplossing te vinden, maar zijn geduld lijkt op te raken.

Steun

De sjiitische premier heeft de internationale gemeenschap om steun gevraagd in de strijd tegen ISIL, maar critici zeggen dat hij een deel van het probleem is. Hij heeft de soennitische minderheid, die tot het voorjaar van 2003 onder dictator Saddam Hussein in Irak aan de macht was, grotendeels genegeerd.

Algemeen wordt ervan uitgegaan dat ISIL banden heeft met terreurbeweging al-Qaeda, maar de leider van dat netwerk, de Egyptenaar Ayman al-Zawahiri, sprak dat maandag tegen in een verklaring die via de nieuwszender al-Jazeera werd verspreid.