Landen moeten de druk op de strijdende partijen in Syrië blijven opvoeren om overal hulpgoederen in het land toe te laten.

Dat heeft minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking) maandag bepleit tijdens een internationaal overleg in Rome over de humanitaire situatie in Syrië.

Ministers uit onder meer Iran, Turkije, Egypte, de Europese Unie, de Verenigde Staten en Zwitserland deden mee aan aan de bijeenkomst van de Verenigde Naties. Ze bespraken wat er kan worden gedaan om hulporganisaties toegang te geven tot onbereikbare en belegerde steden en gebieden.

De Syrische regering en bepaalde oppositiegroepen frustreren de noodhulp aan de bevolking stelselmatig. Mensen zitten soms al maanden te wachten op hulp.

Plan

Ploumen liet weten dat er een plan is voor een humanitaire corridor in Homs. Het gaat om een voorstel van lokale religieuze, civiele en militaire leiders uit de belegerde stad dat is overhandigd aan de Nederlandse gezant Marcel Kurpershoek.

Na een staakte-het-vuren moet volgens het plan een groot hulptransport na Homs gaan. Het Rode Kruis en de VN zouden daarbij als waarnemers optreden. De Syrische regering en verschillende oppositiepartijen onderhandelen momenteel in Homs en het plan voor de corridor zou hierop kunnen aansluiten.

Ook werden maatregelen besproken om te voorkomen dat scholen en ziekenhuizen worden misbruikt voor militaire doelen. Onpartijdige hulpverlening aan zieken en gewonden en onderwijs aan kinderen is van groot belang, aldus Ploumen.

VN-groep

Nederland is lid geworden van een speciale VN-groep die wil zorgen dat er meer hulp bij de burgers komen. Nederland heeft tot nu toe in totaal 74 miljoen euro uitgetrokken voor noodhulp aan de slachtoffers van de bloedige strijd in Syrië. Door het geweld zijn al meer dan 100.000 mensen omgekomen. Ruim 9,5 miljoen Syriërs zijn op de vlucht geslagen.

Achtergrond: Overgangsregering onrealistische inzet conferentie

HRW: Wereld doet te weinig l Assad rekent op herverkiezing l Wie vecht tegen wie? l Dossier Syrië