Bombardementen van de Syrische luchtmacht hebben zaterdag in de Noord-Syrische provincie Aleppo aan ten minste 85 mensen het leven gekost. 

Dat meldt het Observatorium van de Mensenrechten zondag.

Vanuit legerhelikopters zijn zogenaamde 'vatbommen' op woonwijken gegooid, ijzeren vaten gevuld met explosieven en spijkers.

Onder de doden zouden dertien minderjarigen en zeker tien strijders van het Al-Nusrafront zijn, dat banden met de terreurbeweging al-Qaeda heeft. De meeste slachtoffers zijn burgers.

De 'vatbommen' zijn op woonwijken geworpen waar opstandelingen het voor het zeggen hebben. Mensenrechtenorganisaties zijn fel tegen het gebruik van deze wapens, omdat ze veel onschuldige burgerslachtoffers eisen.

Onderhandelingen

De bombardementen gebeurden een dag na de eerste onderhandelingsronde in Zwitserland tussen het regime en delen van de oppositie. De bemiddeling van de Algerijnse diplomaat Lakhdar Brahimi heeft nog niets opgeleverd. De strijdende partijen praten waarschijnlijk vanaf 10 februari verder.

Sinds halverwege 2012 strijden regering en oppositie om Aleppo, de economische hoofdstad van het land. De oorlog in Syrië heeft sinds maart 2011 ruim 130.000 levens geëist.

Bekijk beelden:

HRW: Wereld doet te weinig l Wie vecht tegen wie? l Dossier Syrië