Het Syrische regime heeft duizenden woonhuizen, soms hele wijken, met de grond gelijk gemaakt om burgers te straffen die zich aansloten bij de oppositie. 

Dit gebeurde onder meer met explosieven en bulldozers, zegt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.

De sloopcampagnes vonden tussen juli 2012 en juli 2013 plaats in zeven wijken in en rond de hoofdstad Damascus en in de centraal gelegen stad Hama.

"Het van de kaart vegen van hele woonwijken is geen legitieme oorlogstactiek", zegt HRW-onderzoeker Ole Solvang. Door de vernieling zijn duizenden gezinnen hun woningen kwijtgeraakt.

Stadsontwikkeling

De regering en de staatsmedia deden voorkomen alsof de vernielingen onderdeel zijn van plannen voor stadsontwikkeling of pogingen om illegale bouwsels te verwijderen. Maar HRW stelde vast dat militairen de leiding hadden over de sloopwerkzaamheden, die steeds plaatshadden in gebieden waar gevochten was en waarvan de bevolking op de hand was van de oppositie.

Dergelijke afbraakwerkzaamheden vonden niet plaats in regeringsgezinde wijken.

HRW heeft in het 38 pagina's tellende rapport satellietbeelden van de betrokken wijken opgenomen, gemaakt voor en na de vernielingen. Bewoners kregen niet of nauwelijks de tijd om hun spullen in veiligheid te brengen en van schadevergoeding was helemaal geen sprake.

"Dit was collectieve bestraffing van gemeenschappen die verdacht werden van ondersteuning van de opstand. De VN-Veiligheidsraad moet door middel van een verwijzing naar het ICC (Internationaal Strafhof, red.) een duidelijke boodschap afgeven dat toedekken en straffeloosheid voor de regering niet mogen verhinderen dat recht wordt gedaan aan de slachtoffers", zegt Solvang.

Achtergrond: Overgangsregering onrealistische inzet conferentie

HRW: Wereld doet te weinig l Assad rekent op herverkiezing l Wie vecht tegen wie? l Dossier Syrië