De Servische oud-politiegeneraal Vlastimir Djordjevic (65) heeft maandag in hoger beroep achttien jaar cel gekregen van het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag.

Djordjevic kreeg de straf voor zijn rol bij massale moorden en deportaties van etnische Albanezen tijdens de Kosovo-oorlog in 1999.

Djordjevic werd eerder veroordeeld tot 27 jaar cel voor oorlogsmisdaden, de zwaarste straf die het VN-hof ooit oplegde. Die straf heeft het tribunaal nu verlaagd.

Onder meer zijn veroordeling voor moord in verband met de dood van elf mensen in onder meer Podujevë is teruggedraaid. Djordjevic was als onderminister van Binnenlandse Zaken in Belgrado medeverantwoordelijk voor de politie.

Waarnemers

Volgens veel waarnemers heeft vooral de Servische politie slachtoffers gemaakt onder burgers tijdens de Kosovo-oorlog. Meer dan het Joegoslavische leger en de tegenstander: het Kosovo-Bevrijdingsleger (UÇK) van de etnische Albanezen. Het UÇK streefde naar afscheiding van Servië.

Tussen maart en juni 1999 werden meer dan achthonderdduizend Kosovo-Albanezen verdreven. Anderen sloegen voor het Servische geweld op de vlucht. Nederland wist toen met andere NAVO-landen president Slobodan Milosevic van Joegoslavië met wekenlange bombardementen te dwingen zijn manschappen terug te trekken uit Kosovo.

De aanklagers eisten in hoger beroep levenslang. De verdediging vroeg om vrijspraak of een lagere straf omdat de rol van Djordjevic zou zijn overdreven.