Het is goed mogelijk dat de eerste twee Roemenen die veroordeeld zijn voor schilderijenroof uit de Rotterdamse Kunsthal al over vier jaar weer op straat staan. 

Dat blijkt uit het nieuwe wetboek van strafrecht, maar wordt ook bevestigd door Maria Vasii, de advocate van Eugen Darie.

Per 1 februari gaat het nieuwe strafrecht in Roemenië in, waardoor straffen aanmerkelijk lager zullen uitvallen.

Darie, één van de dieven die zeven kunstwerken uit de Rotterdamse Kunsthal heeft gestolen, werd samen met hoofdverdachte Radu Dogaru in november tot zes jaar en acht maanden cel veroordeeld.

Het Openbaar Ministerie had tegen beide verdachten achttien jaar cel geëist voor 'diefstal met uitzonderlijk ernstige gevolgen', een strafmaat die overeenkwam met het oude strafrecht. De advocaten van Darie en Dogaru kondigden, ondanks de relatief milde straf, meteen aan in hoger beroep te gaan tegen het vonnis.

Hoger beroep

Daarbij meldde Vasii tegenover Roemeense media dat zij "een verrassing voorbereidt voor het hoger beroep" met verwijzing naar het nieuwe strafrecht. In dat nieuwe strafrecht staat voor diefstal met uitzonderlijk ernstige gevolgen geen tien tot twintig jaar meer, maar maximaal vijf jaar. Ook wanneer het delict al voor invoering van het nieuwe strafrecht is gepleegd.

De advocaten hebben aangekondigd in hoger beroep ook de kwalificatie 'ernstige gevolgen' te zullen aanvechten, omdat de Nederlandse Triton-stichting, eigenaar van de werken ten tijde van de diefstal, tot op heden geen document heeft overgelegd waaruit zou blijken dat de gestolen schilderijen origineel zijn.

Zitting

Dinsdag gaat de zitting verder met de overige verdachten in de Kunsthalroof. Daarbij had justitie ook de laatste hoofdverdachte, Adrian Procop, voor de rechter willen laten verschijnen, maar deze is nog niet uitgeleverd door de Britse justitie.

Nu gaat het dinsdag vooral om Alexandru Bitu en Petre Condrat. Bitu heeft in Rotterdam de schilderijen ingeladen en samen met Condrat geprobeerd ze in Roemenië te verkopen. Hun verklaringen zijn tegenstrijdig en daarom roept de rechter getuigen op.

Eén van de getuigen is de tante van Radu Dogaru, die de schilderijen op zijn verzoek verstopte in haar huis in Dogaru's geboortedorp Carcaliu.