Een reeks aanslagen in de Iraakse hoofdstad Bagdad heeft maandag minstens 21 levens geëist. 

Het dodelijke geweld viel samen met een verrassingsbezoek van VN-chef Ban Ki-moon. Hij was in Bagdad om met de Iraakse regering te praten over het aanhoudende terrorisme en over de gevolgen van de burgeroorlog in buurland Syrië.

De dodelijkste aanslag werd gepleegd in de voornamelijk door sjiitische moslims bewoonde wijk Sha'ab. Een autobom doodde 11 mensen; 28 omstanders raakten gewond.

De burgeroorlog in buurland Syrië heeft de tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen in Irak verder op scherp gezet. Strijders van de radicale soennitische groep ISIL (Islamitische Staat in Irak en de Levant) zijn in beide landen actief. Ze proberen in Irak gebruik te maken van de grote onvrede onder soennieten over de regering van premier Nuri al-Maliki, waarin sjiieten het grotendeels voor het zeggen hebben.