De rechter in het Duitse Hagen heeft woensdag besloten de Nederlandse oorlogsmisdadiger Siert Bruins niet te veroordelen voor moord. 

Er ontbreekt te veel informatie om tot een vonnis te komen en bovendien was het niet langer mogelijk om getuigen te horen, zei rechter Heike Hartmann-Garschagen. Dat betekent dat Bruins als vrij man de rechtszaal verlaat.

Bruins werd door de rechter medeplichtig geacht aan doodslag, maar het strafbare feit is verjaard en veroordeling is daarom niet meer mogelijk. Verzetsstrijder Aldert Klaas Dijkema werd in september 1944 vermoord bij het Groningse Appingedam.

Eerder had de advocaat van Bruins, Klaus-Peter Kniffka, de rechtbank in het Duitse Hagen om vrijspraak gevraagd. Volgens hem heeft Bruins in september 1944 niet zelf geschoten en heeft hij ook niet geweten dat het de bedoeling was de 36-jarige verzetsstrijder te doden.

Rechtsgevoel

Bruins begreep aanvankelijk niet dat de rechters hem geen straf gingen opleggen, aldus Kniffka, donderdag na de uitspraak. De rechters kwamen tot het oordeel dat er geen bewijs was dat Bruins schuldig is aan de moord op verzetsstrijder Aldert Klaas Dijkema.

''Ik kan begrijpen dat dit tegen het rechtsgevoel van sommige mensen ingaat, maar je moet het toch bewijzen'', vindt Kniffka. ''Als dat bewijs er niet is, kun je niet veroordelen. En dat heeft de rechtbank ook niet gedaan. Ik ben dus tevreden.''

Bekijk de reactie van Bruins en zijn advocaat:

Teleurstellend

De familie van verzetsman Dijkema is teleurgesteld over de afloop van de rechtszaak. ''Het is een beetje teleurstellend. Het hangt een beetje tussen wal en schip. Ons ultieme doel was om Bruins veroordeeld te zien'', zegt Aldert Klaas Veldman, een neef van de gedode verzetsman.

''Hoe hoog de straf zou zijn geweest als Bruins wel was veroordeeld, dat is niet zo belangrijk. Van mij had hij die ook thuis mogen uitzitten'', aldus Veldman vanuit zijn woonplaats in Ten Boer (Groningen).

Veldman heeft het nieuws nog niet aan zijn moeder, zus van het slachtoffer, verteld. Zij wordt later deze maand honderd en ''gaat achteruit''. Veldman: ''Als ze een helder moment heeft, kan ik het haar wel zeggen.''

Van de familie was woensdag niemand bij de uitspraak in de Duitse stad Hagen aanwezig. Een tante van Veldman was wel medeaanklager in het proces.

De advocaat van de zus van Dijkema, Detlef Hartmann, was wel in Hagen. ''Mijn cliënte heeft zeventig jaar op dit proces gewacht. De uitkomst is zeer teleurstellend'', aldus Hartmann. Volgens de raadsman is het bewijs voor moord er wel en had Bruins veroordeeld kunnen worden. ''Dijkema is uit de auto gezet en door het hoofd geschoten. Wat wil je nog meer?''

Hoger beroep

De advocaat van Bruins houdt er rekening mee dat het Openbaar Ministerie in beroep gaat tegen het niet straffen van Bruins. ''Ik geloof echter dat deze uitspraak ook in hoger beroep standhoudt. Ik verwacht niet dat Bruins nog in de gevangenis terecht komt.''

De openbare aanklager Andreas Brendel geeft inderdaad aan te overwegen om in beroep te gaan. Brendel betwist dat het bewijs ontbreekt dat Bruins zich schuldig heeft gemaakt aan moord: ''Volgens ons is dat bewijs er wel.'' De aanklager heeft een week de tijd om hoger beroep aan te tekenen.

Brendel zei niet verrast te zijn door het oordeel van de rechter. ''Wij hebben met deze mogelijkheid rekening gehouden.''

Gevlucht

Bruins, werkzaam bij de Sicherheitsdienst in Delfzijl en omgeving, werd kort na de oorlog in Nederland bij verstek ter dood veroordeeld. Die straf werd later omgezet in levenslang.

Bruins was ten tijde van het vonnis al naar Duitsland gevlucht, waar hij sindsdien woont. Hij heeft eerder ontkend dat hij destijds degene was die Dijkema van achteren doodschoot. Zijn kompaan deed dat, zei hij voor het proces.

De officier van justitie eiste vorige maand levenslang tegen de 92-jarige Bruins. Hij is de laatste nog levende en in vrijheid verkerende Nederlandse oorlogsmisdadiger.

Achtergrond: Het beest van Appingedam