Premier Nuri al-Maliki van Irak heeft de inwoners van Falluja opgeroepen opstandelingen die met terreurbeweging al-Qaeda verbonden zijn, uit de stad te verdrijven.

Zo lopen zij niet het risico slachtoffer te worden van de gevechten die zullen ontstaan, als het leger de stad intrekt, liet de premier in een tv-verklaring weten.

Zo'n militair offensief zou al binnen enkele dagen kunnen plaatsvinden. Veiligheidsfunctionarissen zeggen dat Maliki, die naast premier ook legerleider is, daar nog even mee wacht zodat de inwoners meer tijd hebben om de rebellen zelf uit de stad te verdrijven.

''Daar is geen specifieke deadline aan verbonden, maar we hebben het over een kwestie van dagen. Meer tijd betekent meer kracht voor terroristen'', aldus een legerofficier. De sjiitische Maliki krijgt meestal echter weinig steun van het soennitische Falluja.

Haat

Strijders van de Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIL) hebben belangrijke delen van Falluja ingenomen. Zij maken gebruik van de haat die soennieten koesteren tegen de door de sjiitische meerderheid geleide regering van Maliki. 

Onder dictator Saddam Hussein, die in 2005 werd afgezet, hadden de soennieten het in Irak voor het zeggen. Toen de Iraakse politie vorige week een soennietisch protestkamp afbrak in Ramadi, de hoofdstad van de provincie Anbar, sloeg de vlam in de pan. Falluja ligt ook in Anbar.

Maliki beloofde dat het leger geen woonwijken in Falluja zal aanvallen.

Vijf vragen over ISIS