Zeker dertien mensen zijn maandag omgekomen in het westen van Irak, toen de politie daar een protestkamp van soennitische moslims ontruimde. 

Dat hebben politie- en ziekenhuiswoordvoerders gemeld.

Het soennitische kamp bestond al een jaar, tot grote onvrede van premier Nuri al-Maliki en de sjiitische regering. De soennieten protesteerden er tegen de regering omdat zij zich achtergesteld voelden.

Maliki beloofde al meerdere malen het kamp te laten ontruimen, waar volgens hem ook militanten zaten die banden met al-Qaeda hebben. Hij had acht dagen geleden een ultimatum gesteld, dat maandag afliep.

Explosies

Volgens de politie braken gevechten uit toen gewapende mannen het vuur openden op politie-eenheden die Ramadi binnentrokken, de stad waar het protestkamp zich bevindt. Naast schoten waren ook explosies te horen.

Drie van de doden zouden politieagenten zijn. Ook in de stad Fallujah, enkele tientallen kilometers verderop, raakte de politie slaags met demonstrerende soennieten.

Ontslag

Bij wijze van protest tegen het geweld hebben 44 van de 325 Iraakse parlementsleden maandagmiddag hun ontslag ingediend, zo meldden zij maandagavond tijdens een persconferentie.

De politici eisen dat het nog altijd aanwezige leger zich terugtrekt uit de kampomgeving en dat vorige week al gearresteerde pro-soennitische demonstranten worden vrijgelaten.

Al Hueiya

Eind vorig jaar gingen duizenden soennitische Irakezen in het hele land de straat op om politieke hervormingen en vrijlating van gevangenen te eisen. In april kwamen 26 mensen om bij een aanval van veiligheidstroepen op soennitische demonstranten in de stad Al Hueiya, ten noorden van hoofdstad Bagdad.