Tienduizenden demonstranten zijn zondag in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh de straat opgegaan onder leiding van oppositieleider Sam Rainsy. 

De betogers eisen nieuwe verkiezingen. Onder hen waren ook duizenden fabrieksarbeiders die een hoger loon eisen.

De protesten in Cambodja gaan de derde week in. De Cambodjaanse premier Hun Sen won in juli de verkiezingen, maar zijn tegenstanders beschuldigden hem van stembusfraude en eisten een onderzoek. Dat werd geweigerd en nu eist de oppositie nieuwe verkiezingen.

Eerder deze week sloten arbeiders van kledingfabrieken zich aan bij de protesten. Zij maken gebruik van de demonstraties om hun eigen eisen kenbaar te maken. Kleding is een van de grootste exportproducten van Cambodja en er werken zo'n half miljoen mensen bij kledingfabrieken. Velen staken al maanden voor meer loon.

Het is lastig om een schatting te maken van het aantal betogers. De organisatoren spraken van een miljoen betogers, maar dat aantal lijkt overdreven. Toch waren er zelden zoveel mensen bij een politieke actie. Rainsy zei zelfs dat er 'een nieuwe pagina is geschreven in de geschiedenis van Cambodja'.