Een bloedige burgeroorlog in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) dreigt uit te monden in genocide en een godsdienststrijd.

Niet alleen worden in de hoofdstad Bangui zware gevechten geleverd tussen christelijke milities en islamitische troepen van president Michel Djotodia, maar onder de bevolking vinden over en weer massale slachtingen plaats.

Internationale waarnemers maken zich grote zorgen over escalatie van de gevechten, die ondanks de aanwezigheid van Franse troepen nauwelijks afnemen. Er zijn al duizenden doden geregistreerd en enkele massagraven geopend.

De Franse president François Hollande pleit voor een internationale troepenmacht. Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties dringt aan op militaire maatregelen van buitenaf. Hij wil 9.000 militairen onder de vlag van de VN in de Centraal-Afrikaanse Republiek stationeren.

Wat is er precies aan de hand in de Centraal-Afrikaanse Republiek?

De 4,6 miljoen inwoners van de dunbevolkte Centraal-Afrikaanse republiek (17 keer Nederland) zijn door de invloed van de Franse kolonisator en de rooms-katholieke kerk door de jaren voor het merendeel christelijk geworden. 85 procent van de bevolking is christelijk, een minderheid van 15 procent hangt de islam aan. Zij wonen vooral in het noorden, waar ze onder invloed van buurlanden als Tsjaad en Sudan staan. Dat leidt tot religieuze spanningen, die verergerd werden door de staatsgreep van de huidige islamitische president Michel Djotodia. Hij kwam in maart van dit jaar aan de macht. Sindsdien zijn de spanningen tussen de bevolkingsgroepen opgelopen. Begin december waarschuwden VN-functionarissen voor "een potentiële genocide". Moslims en christenen zouden door gewapende troepen tegen elkaar worden opgehitst.

Hoe is deze situatie ondanks de aanwezigheid van Franse troepen zo uit de hand gelopen?

Op 5 december voerde de christelijke militie Anti-balaka, tegenhanger van de islamitische strijdgroep Séléka van president Djotodia, een nachtelijke actie uit tegen onschuldige moslimburgers. Tientallen mensen werden het slachtoffer van bloedvergieten, plunderingen, wrede moorden en brandstichtingen. Het betrof een wraakactie voor eerdere moordpartijen gepleegd door moslimmilities. Sinds drie weken regeert in de hoofdstad Bangui de straat en heerst wetteloosheid; een situatie die neigt naar de opmaat naar het bloedvergieten in Rwanda in 1994. Christenen vluchten naar scholen en kerken omdat ze bang zijn dat de Séléka-troepen opnieuw vrouwen en kinderen zullen ombrengen. Moslims zoeken hun heil in moskeeën.

Hoe erg is het nu?

Volgens rapporten van Human Rights Watch en Amnesty International worden mensenrechten aan de lopende band geschonden. Verkrachtingen zijn aan de orde van de dag, wrede moordpartijen eveneens. Christenen én moslims zijn massaal op de vlucht geslagen. Circa een half miljoen mensen is ontheemd. Daardoor is het land vrijwel volledig ontwricht en wantrouwt iedereen elkaar. Zonder ingrijpen van buitenaf dreigt een volkerenmoord.

Heeft de internationale gemeenschap wel oog voor de Centraal-Afrikaanse Republiek?

Het land behoort tot de armste staten wereldwijd waar de gemiddelde verdiensten per inwoner op circa 1 euro per dag liggen. 62 procent van de bevolking leeft op dit inkomstenniveau. Op grondstoffen na (onontgonnen goud, diamanten en sinds kort uranium) kent het land nauwelijks bronnen van inkomsten en industrie. Op 13 augustus 1960 werd de Centraal-Afrikaanse Republiek onafhankelijk van Frankrijk en sindsdien is het land louter geregeerd door foute machthebbers. Jean-Bédel Bokassa, die zichzelf in de jaren 70 tot ‘keizer’ benoemde, bleek mensenvlees te eten.

Is er een oplossing in zicht?

Frankrijk en de VN zetten alle zeilen bij om een interventiemacht op te tuigen. Alleen de inzet van een troepenmacht lijkt een verdere escalatie te kunnen voorkomen. Maar net als in een land als Somalië, waar de Amerikanen leergeld betaalden, lijkt de internationale gemeenschap weg te kijken. De Franse president Hollande heeft een beroep gedaan op andere EU-landen, maar tot dusver lijkt alleen Polen bereid te zijn een bijdrage te leveren. Frankrijk heeft op het ogenblik 1.600 man in de Centraal-Afrikaanse Republiek gelegerd, de Afrikaanse Unie 3500. Volgens de VN en mensenrechtenorganisaties zijn er minstens 9.000 militairen nodig om de strijdende troepen uit elkaar te houden.