Negen jaar na de verwoestende tsunami hebben onder anderen overlevenden en nabestaanden in landen rond de Indische Oceaan de slachtoffers herdacht. Dat gebeurde onder meer in Indonesië, Thailand en India.

In de Indonesische provincie Atjeh op het eiland Sumatra hingen de vlaggen halfstok. In de provinciehoofdstad Banda Atjeh, die op 26 december 2004 vrijwel volledig werd verwoest door de metershoge vloedgolven, bezochten honderden mensen massagraven om te bidden.

''Het is al negen jaar geleden, maar het voelt alsof het gisteren was", zei Makmun Adam, die zijn vrouw en twee kinderen verloor.

Ook in Thailand werd de tsunami herdacht. Op Phuket verzamelden zich bewoners van het eiland en toeristen zich bij de Muur van Herinnering, het gedenkteken voor de ramp, die in Thailand aan bijna achtduizend mensen het leven kostte. Op de muur wapperden vlaggen van alle landen waaruit de doden afkomstig waren. Tijdens een interreligieuze plechtigheid legden veel mensen bloemen bij de muur.

Verscheidene duizenden mensen staken in de Zuid-Indiase deelstaat Tamil Nadu kaarsen aan en gooiden boeketten in de zee. Daar kwamen in 2004 meer dan negenduizend mensen om.

Effecten

Volgens het Indiase persbureau IANS had de ramp ook positieve effecten. Zo accepteren de inwoners meer dan vroeger dat weduwen hertrouwen. Vissers stuurden hun kinderen naar school, zodat die een ander beroep kunnen kiezen.

Bij de tsunami in 2004 kwamen ongeveer 230.000 mensen om het leven in dertien landen, onder wie 36 Nederlanders. Indonesië werd met 166.000 doden het zwaarst getroffen.