Drie Turkse ministers van wie de zoons waren opgepakt in een geruchtmakend corruptieonderzoek zijn woensdag opgestapt.

Het gaat om minister van Binnenlandse Zaken Muammer Güler, minister van Economische Zaken Zafer Caglayan en Milieuminister Erdogan Bayraktar.

Een paar uur later voegde ook Idris Naim Sahin, de voormalige minister van Binnenlandse Zaken en tegenwoordig AK-partijvoorzitter, zich bij hen.

Bayraktar riep premier Recep Tayyip Erdogan op om het voorbeeld te volgen en ook op te stappen; een ongekende uitdaging aan het adres van de Turkse leider.

De milieuminister zou onder druk zijn gezet om op te stappen. "Ik accepteer dat niet", liet hij weten. De minister zei dat bouwplannen die worden genoemd in het corruptieonderzoek tot stand zijn gekomen met medeweten van Erdogan.

De drie ministers ontkennen dat hun zoons of zijzelf iets verkeerd hebben gedaan. Minister Caglayan noemde het onderzoek een "vuil spelletje" tegen de regering. Hij liet weten dat hij opstapt om "de waarheid" naar buiten te brengen en het "complot" tegen de regering te verijdelen.

Premier Erdogan liet zich eerder in soortgelijke termen uit. Vorige week liet hij de politie zuiveren van tientallen betrokken politiemensen in de zaak.

Arrestanten

In het onderzoek zijn 24 mensen gearresteerd. Behalve de ministerszonen, zijn dat ook hooggeplaatsten uit kringen rond de Turkse regering van Erdogan. Onder hen is ook het hoofd van de staatsbank Halkbank.

De gebeurtenissen hebben een bitter conflict aan de oppervlakte gebracht tussen de regering en haar vroegere belangrijke bondgenoot, de islamitische geestelijke Fethullah Gülen.

Hoewel Gülen geen directe democratische, politieke macht heeft, vervullen zijn aanhangers wel belangrijke posities bij de politie en in het justitieel apparaat en de inlichtingendiensten.

Gülen, die in de Verenigde Staten woont, en zijn beweging Hizmet (Dienst) halen inkomsten uit een netwerk van particuliere scholen. De wortel van de ruzie tussen Gülen en Erdogan en zijn AK-Partij was een plan van de regering om de particuliere scholen te sluiten.