Het Syrische regime van president Bashar al-Assad laat systematisch tegenstanders 'verdwijnen'.

Syrië maakt zich op die manier schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid. Dat constateert een onafhankelijke VN-commissie die de verdwijningen heeft onderzocht en er donderdag een rapport over uitbracht.

Sinds het begin van de opstand tegen Assad in 2011 hebben Syrische militairen, inlichtingendiensten en milities systematisch burgers in het geheim vastgezet en gemarteld, stellen de onderzoekers.

Ze baseren zich op interviews met slachtoffers en andere betrokkenen. In Syrië zelf konden ze echter geen onderzoek doen, omdat de regering dat niet toestaat. Daardoor is de precieze omvang van de vermeende mensenrechtenschendingen niet bekend.

Niet alleen de regering, maar ook extremistische rebellen zouden zich schuldig maken aan gruweldaden in geheime gevangenissen.

De groep handhaaft volgens Amnesty een extreme interpretatie van de islamitische wet (sharia) in gebieden waar ze de baas is. Het roken van een sigaret zou bijvoorbeeld al aanleiding zijn om in een gevangenis van ISIS terecht te komen. De rebellengroep heeft het verder op aanhangers van Assad gemunt.

Alle berichten over Syrië