Achtergrond: Irak tien jaar na Saddam Hoessein

Zaterdag 14 december is het tien jaar geleden dat Paul Bremer, de hoogste Amerikaanse beleidsman in Irak, sprak: "Ladies and Gentlemen, we got him". Saddam Hoessein is weg, maar hoe is het met het land?

Volgens Paul Aarts, Midden-Oostendeskundige en docent aan de Universiteit van Amsterdam, ligt het eraan aan wie je het vraagt.

De Koerden in Noord-Irak zeggen dat het nu aanzienlijk beter gaat met het land. Zij werden door Hoessein onderdrukt en vermoord, en nu is het Noorden van Irak het veiligste en meest welvarende deel van het land.

Maar wie spreekt met een Soennitische oppositieleider krijgt volgens Aarts een ander beeld van de situatie in Irak. "Hij zal zeggen dat zijn volk wordt onderdrukt en gediscrimineerd, op straat en door de regering van premier Nouri al-Maliki." 

In het zuiden van Irak zijn bijna dagelijks bomaanslagen, en in Bagdad hadden mensen onder Hoessein gemiddeld nog een halve dag beschikking over elektriciteit, terwijl dat nu vier uur is.

Weerstand

De weerstand tegen de sjiitische premier is de afgelopen jaren gegroeid. Al-Maliki trekt steeds meer macht naar zich toe en is naast premier bijvoorbeeld zelf verantwoordelijk voor meerdere ministersposities. Zijn leidersfunctie krijgt steeds meer dictatoriale trekken.

"Al-Maliki krijgt de ruimte om te doen wat hij wil", aldus Aarts. "Ik denk dat we kunnen spreken van machtshonger." Bovendien wordt al-Maliki ervan verdacht milities aan te sturen om soennieten te onderdrukken, of er in ieder geval vanaf te weten.

Bekijk het uitspreken van de woorden 'We got him!':

Geweld

Het geweld in Irak heeft na de arrestatie van Hoessein een andere vorm aangenomen. Onder de wrede dictator was er vooral sprake van gewelddadige onderdrukking vanuit de overheid. Nu is er meer sektarisch geweld, tussen soennieten en sjiieten op straat.

Vanuit het buitenland is er weinig druk op al-Maliki om zijn koers te veranderen. De internationale gemeenschap speelt geen noemenswaardige rol meer in het controleren van de macht. "Amerika heeft zijn lesje wel geleerd", aldus Aarts.

Iran, dat relatief goede banden onderhoudt met Irak, zou in theorie druk uit kunnen oefenen op al-Maliki, "Maar daar heb ik nog weinig van gemerkt", aldus Aarts.

Gelijkwaardig

Volgens Aarts moet er dus vooral gehoopt worden dat al-Maliki zelf besluit om soennieten een gelijkwaardige status in Irak te geven. Hij moet vertegenwoordigers van de onderdrukte bevolkingsgroep een serieuze rol in de overheid gunnen.

Doemdenkers geloven niet dat de premier zijn koers zal wijzigen. Zij stellen dat Irak op weg is naar een nieuwe burgeroorlog. Aarts benadrukt dat dat niet per se het geval hoeft te zijn. "Maar de ingrediënten voor een verslechtering van de situatie zijn er."

Lees meer over:
Tip de redactie