Bewijs voor zeker vijf chemische aanvallen Syrië

Er is ''bewijs gevonden van waarschijnlijk gebruik van chemische wapens in Syrië''. Dit staat in het eindrapport van de VN-onderzoeksmissie dat donderdag aan secretaris-generaal Ban Ki-moon is overhandigd. 

Dat bewijs van waarschijnlijk gebruik is gevonden in vijf van de zeven onderzochte gevallen.

Het dodelijke zenuwgas sarin is vermoedelijk gebruikt in vier gevallen, waarvan een keer op grote schaal.

Onderzoekers concludeerden eerder al dat sarin was gebruikt tijdens de aanval in Damascus op 21 augustus toen honderden mensen om het leven kwamen. Maar uit het rapport (pdf) blijkt nu dat het gifgas al eerder is ingezet in onder meer Jobar, Saraqeb en Ashrafiat Sahnaya.

De VN-missie kreeg zestien meldingen van mogelijk gebruik van chemische wapens in Syrië, waarvan zij er zeven grondig onderzocht. De missie deed alleen onderzoek naar of er chemische wapens zijn gebruikt, maar niet door wie. De Syrische regering en de oppositie wijzen tot nu toe steeds naar elkaar, maar ontkennen beide de wapens te hebben gebruikt.

Aan de VN-missie onder leiding van Åke Sellström deden ook experts van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag mee. Die organisatie won dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede.

100.000 doden

Sinds de burgeroorlog drie jaar geleden uitbrak, zijn er al meer dan 100.000 doden gevallen. Zeker 11.000 waren kinderen, bleek eind november uit een rapport van de denktank Oxford Research Group. Meer dan 2 miljoen mensen zijn het land ontvlucht, de helft daarvan is kind.

VN-leider Ban noemde het gebruk van chemische wapens donderdag een ernstige schending van internationale wet en een belediging voor de mensheid. ''We moeten ervoor blijven waken dat deze vreselijke wapens worden vernietigd, niet alleen in Syrië, maar overal.''

Ban informeert vrijdag de Algemene Vergadering van de VN over het rapport.

Amnesty

Mensenrechtenorganisatie Amnesty International zei donderdag dat Europese landen te weinig doen om Syrische vluchtelingen op te vangen. Van de 28 EU-lidstaten bieden slechts tien landen opvang en zelfs dan is er maar plek voor 12.000 asielzoekers.

Dat is een half procent van het totaal aantal Syriërs dat op de vlucht is. De EU heeft "vreselijk gefaald'' om hen een veilige haven te bieden, aldus Amnesty, schrijft de BBC.

"Vluchtelingen die de oversteek maken botsen letterlijk op 'Fort Europa'", aldus de Vlaamse tak van Amnesty International. Ze worden direct terug over de grens gezet. Als er wel opvang is, zouden ze onder embarmelijke omstandigheden worden opgevangen.

Asiel

Hoewel de meeste Syrische vluchtelingen naar buurlanden Libanon, Egypte en Turkije gaan, zouden ongeveer 55.000 Syriërs sinds de burgeroorlog bijna drie jaar geleden uitbrak, asiel hebben gezocht in Europa.

Nederland heeft tot nu toe toegezegd 250 Syriërs op te zullen vangen in 2013 en 2014, maar een aantal politieke partijen vindt dat te weinig. Zo riep Sharon Gesthuizen (SP) afgelopen zomer nog op dat aantal op te schroeven naar duizend.

Het grootste aantal vluchtelingen wordt momenteel opgevangen in Duitsland, waar 10.000 plekken zijn. In Groot-Brittannië en Italië zouden daarentegen helemaal geen vluchtelingen terecht kunnen. In 2014 moeten ruim 30.000 vluchtelingen hulp hebben gekregen, vindt Amnesty.

Alle berichten over Syrië

Achtergronden: Overzicht van het Amerikaans-Russische akkoord

VS ruimen al jaren chemische wapenslWat zijn chemische wapens?lMeer over Sarin

Achtergrond: 'Hulp aan Syrische vluchtelingen is nachtmerrie'

Lees meer over:
Tip de redactie