De Verenigde Staten en Groot-Britannië staken alle 'niet-dodelijke' ondersteuning van oppositiestrijders in het noorden van Syrië. Aanleiding is de aanhoudende interne strijd tussen verschillende rebellengroepen.

Dat zegt een woordvoerder van de Amerikaanse ambassade in Ankara, meldt BBCDe humanitaire hulp loopt wel door.

De Britse regering staakt zolang de bevoorrading niet op een 'veilige manier' kan verlopen. Dat heeft het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken woensdag laten weten. 

De Verenigde Staten en Groot-Brittanië vrezen dat hulpmiddelen in handen van aan Al-Qaida gelieerde groepen belanden. 

Het Islamitische Front, een verbond van zes rebellengroepen in Syrië, viel onlangs bases en pakhuizen aan van het Vrije Syrische leger, een oppositieverbond dat wordt gesteund door het Westen.

De reden voor de aanval is niet duidelijk, maar mogelijk is het conflict ideologisch van aard. Het Vrije Syrische leger is gematigd, terwijl het Islamitische Front wil dat in Syrië de islamitische wetgeving gaat gelden.

Het Britse ministerie liet weten de incidenten in Noord-Syrië te onderzoeken en dat zolang deze onderzoeken lopen 'er geen leveringen worden gedaan' aan het Vrije Syrische Leger. 

Alle berichten over Syrië