Het aantal olifanten dat in Afrika is gestroopt voor hun ivoor, is nog altijd verontrustend hoog. In 2012 zijn ruim 22.000 olifanten gedood.

Dat blijkt maandag uit cijfers van CITES, een organisatie die afspraken maakt over de internationale handel in beschermde plant- en diersoorten.

Hoewel het aantal gestroopte olifanten licht is gedaald ten opzichte van 2011, toen er 25.000 olifanten ten prooi vielen aan stropers, waarschuwt de organisatie dat een vijfde van alle Afrikaanse olifanten de komende 10 jaar verdwijnt als de stroperij in dit tempo doorgaat. Naar schatting zijn er nu nog 500.000.

De Afrikaanse olifant wordt met uitsterven bedreigd. Vooral in Centraal Afrika is het probleem groot. Daar wordt twee keer zoveel gestroopt dan gemiddeld op het gehele continent. Dit zou er zelfs toe kunnen leiden dat de olifant lokaal uitsterft.

Kritiek

Het Wereld Natuur Fonds (WNF) hoopt dat de lichte daling een begin is van het bestrijden van stroperij. Strengere handhaving, beschermingsmaatregels en bewustwording zouden het tij kunnen keren. De situatie blijft echter kritiek en stropers moeten worden gestopt, aldus het WNF maandag.

Ook de illegale handel in ivoor neemt toe. In 2013 werd tot nu toe ongeveer 41.600 kilo ivoor onderschept. In vergelijking met het piekjaar 2011, is dat een stijging van 20 procent en het hoogste aantal gevonden ivoor in 25 jaar. Volgens het WNF zijn hier tussen de 6.000 en 7.000 olifanten voor gedood.

Het ivoor komt voornamelijk terecht op de zwarte markt in China en Thailand. De vraag naar ivoor neemt daar nog steeds toe. Dat steeds grotere partijen ivoor worden gevonden, duidt op goed georganiseerde criminele organisaties die betrokken zijn de handel.

De bekendmaking van de cijfers valt samen met de Afrikaanse Olifantentop die deze week in Botswana wordt gehouden om de illegale handel een halt toe te roepen.