Een rabbinale rechtbank in Israël heeft een vrouw tot honderden euro's boete veroordeeld omdat zij weigert haar zoontje te laten besnijden. Voor iedere dag dat zij daarmee wacht moet zij omgerekend 110 euro betalen.

"De uitspraak is niet alleen op de religieuze wet gebaseerd. Het gaat ook om het welzijn van een joods kind in Israël om op dit punt niet anders te zijn dan andere kinderen", zei Shimon Yaakovi, juridisch adviseur van het rabbinale hof.

Er bestaat geen wet in Israël die besnijdenis verplicht stelt, maar de overgrote meerderheid van de joodse jongetjes wordt acht dagen na de geboorte besneden volgens de joodse wet.

De moeder stelt dat het rabbinale hof niet bevoegd is. Het ministerie van justitie, dat namens de moeder optreedt, kondigde donderdag aan bij het hooggerechtshof in cassatie te gaan.

Theocratie

Ronit Tamir, een activiste die tegen besnijdenis is, noemt de uitspraak van het rabbinale hof 'gevaarlijk voor de democratie'. "Het verandert de regering in een theocratie", zegt zij.

Het besnijdenisritueel heeft ook in Europa de gemoederen beziggehouden. Een regionale rechtbank in Duitsland stelde de ingreep gelijk aan het toebrengen van lichamelijk letsel, maar ging niet zover dit te verbieden.

Nadien is in Duitsland speciaal een wet aangenomen om besnijdenis bij jongetjes toe te staan. Een Europese adviesraad heeft later echter besnijdenis 'een schending van de lichamelijke integriteit van kinderen' genoemd.