Kunsthandelaarszoon Cornelius Gurlitt is volgens de Duitse fiscale opsporingsdienst de rechtmatige bezitter van de kunstwerken die als 'ontaard' door de nazi's in beslag zijn genomen.

Dat heeft de dienst volgens het tijdschrift Focus en Bild am Sonntag aan het Duitse ministerie van Financiën laten weten.

De 315 werken komen allemaal uit de collecties van openbare musea en kunnen door de vroegere bezitters niet teruggevorderd worden.

In de flat van Gurlitt in München zijn in februari vorig jaar 1406 kunstwerken in beslag genomen. Volgens Bild am Sonntag heeft Gurlitts vader Hildebrand in 1940 van het nazi-ministerie van propaganda zo'n tweehonderd 'ontaarde kunstwerken' gekocht, waaronder werken van Pablo Picasso, Marc Chagall en Emil Nolde.

In 1941 verwierf hij nog 115 werken van de staat. Hildebrand Gurlitt kwam in 1956 om bij een verkeersongeluk.

Volgens Focus zijn bij de huiszoeking in februari 2012 ook de handelsboeken van Hildebrand Gurlitt in beslag genomen. Daarin stonden de namen van joodse kunstverzamelaars vermeld van wie hij werken had gekocht, meestal voor spotprijzen.

Teruggave

In de flat van Cornelius Gurlitt werden 181 werken gevonden die met 'grote waarschijnlijkheid' toebehoorden aan een joodse kunstverzamelaar in Dresden, die ze voor zijn vlucht uit nazi-Duitsland van de hand had gedaan.

De erven van deze verzamelaar zouden wel aanspraak op teruggave kunnen maken. Dat geldt ook voor minstens dertien andere schilderijen in de woning van Cornelius Gurlitt die de eigenaren onder druk moesten afstaan.

De Duitse regering bespreekt met het ministerie van justitie in Beieren de mogelijkheden om de lijst van werken die bij Gurlitt zijn aangetroffen op korte termijn bekend te maken.