De afgetreden Belgische koning Albert wil dat de overheid een deel van zijn kosten overneemt, maar de regering ziet dat niet zitten.

De vorst, die zich nog steeds koning mag noemen, komt niet rond van zijn jaarlijkse toelage van 923.000 euro, meldden Belgische media donderdag.

Voor zijn troonsafstand in juli dit jaar kreeg Albert nog 11,5 miljoen euro. Hij zou nu hopen dat de staat bijvoorbeeld het onderhoud en de verwarming van zijn kasteel Belvédère betaalt, of de brandstof van het koninklijke jacht.

De regering is niet van plan extra financiële steun te geven, zo verklaarde premier Elio Di Rupo donderdagmiddag in het parlement. Onlangs werden de toelages voor het koningshuis al hervormd, en daar blijft het bij.

'Warmpjes genoeg'

Volgens de grootste Belgische partij, de Vlaams-nationalistische N-VA, zit Albert er al warmpjes genoeg bij. Hij behoort tot een van de rijkste families in het land. ''Dat hij zelf eens kijkt waar hij kan besparen'', aldus de partij.

Albert en zijn zoon Filip, die nu staatshoofd is, wisselden na de troonswisseling van toelage. Van de 923.000 euro voor Albert is ongeveer 180.000 euro loon, waarover belasting moet worden betaald.

De wijziging van het oude systeem van toelages volgde op onthullingen dat de oude koningin Fabiola een deel van haar toelage zou doorsluizen naar een stichting om zo haar erfenis veilig te stellen.