De Iraakse premier Nuri al-Maliki is dinsdag naar de Verenigde Staten gereisd om hulp te vragen om het geweld in zijn land te bestrijden.

Bomaanslagen en andere aanvallen hebben dit jaar al ruim 7000 levens geëist in het Arabische land.

''Het is van het grootste belang dat Irak zo snel mogelijk wordt voorzien van offensieve wapens voor de strijd tegen terrorisme en gewapende groepen'', aldus Maliki voor zijn vertrek.

Het Amerikaanse leger vertrok bijna drie jaar geleden uit Irak na de invasie van 2003. Het Iraakse leger is door de Amerikanen voor 25 miljard dollar getraind en van wapens en ander materieel voorzien.

Eerder drong Irak aan op de versnelde levering van F-16 gevechtsvliegtuigen, maar volgens Maliki helpen die niet bij de strijd tegen militanten. Hij zegt daar onder meer helikopters voor nodig te hebben. Het geweld in Irak is dit jaar sterk opgelaaid. Volgens de Iraakse regering komt dat onder meer door de oorlog in het buurland Syrië.