De brandstofprotesten in Sudan hebben steun gekregen uit onverwachte hoek.

Enkele tientallen leden van de heersende Nationale Congres Partij (NCP) en van de islamistische beweging in het Afrikaanse land hebben een petitie tegen de bezuinigingsplannen van de regering getekend.

Het is hoogst ongebruikelijk dat partijleden openlijke kritiek leveren op president Omar al-Bashir.

''Meneer de president, gezien de gebeurtenissen eisen we een direct einde aan de economische maatregelen'', schrijven de critici. Gewelddadigheden tijdens demonstraties kostten afgelopen week tientallen mensen het leven.

De meest pijnlijke maatregel die de regering wil nemen is het afschaffen van brandstofsubsidies. De prijs van een liter benzine gaat daardoor omhoog van omgerekend 55 eurocent naar 94 eurocent.

Harde hand

Ordetroepen probeerden de protesten afgelopen week met harde hand te beëindigen. Volgens Amnesty International en African Centre for Justice and Peace Studies (ACJPS) kwamen alleen al dinsdag en woensdag 50 tot 100 mensen om het leven.

Veel slachtoffers werden volgens de organisaties in het hoofd of in de borst geraakt, wat er erop zou duiden dat gericht werd geschoten.

Het dodental staat volgens de overheid op 33. De politie gaf ''onbekende schutters'' de schuld van een schietpartij die vier demonstranten het leven kostte.