Rusland heeft bewijs dat het gifgas sarin, dat is gebruikt bij een aanval in Syrië, huisgemaakt was. 

Dat heeft minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov donderdag gezegd, meldden Russische media.

Op 21 augustus werd het gas ingezet bij een aanval in de Syrische hoofdstad Damascus. Meer dan 1400 mensen overleefden die aanval niet. Volgens Rusland is in maart dezelfde variant sarin gebruikt tijdens een aanval in Aleppo, maar dan in een lagere concentratie. Ook toen was er volgens de Russen sprake van eigengemaakte sarin.

Hoewel Lavrov het niet zo uitspreekt, heeft het er alle schijn van dat de Russische overheid hiermee ingaat tegen de algemene consensus dat het Syrische regime van Bashar al-Assad achter de aanval zit.

Bewaken

De Russische onderminister van Buitenlandse Zaken, Sergej Ryabkov, liet donderdag weten dat de Russen de opslagplaatsen van chemische wapens in Syrië willen bewaken.

Hij hoopt dat andere leden van de CSTO, een militaire alliantie tussen een aantal voormalige Sovjet-staten, helpen met het beveiligen van die plaatsen als het vernietigen van het chemische arsenaal is begonnen.

Alle berichten over Syrië

Achtergronden: Overzicht van het Amerikaans-Russische akkoord

VS ruimen al jaren chemische wapens l Wat zijn chemische wapens? l Meer over Sarin