De Verenigde Naties zijn zeer bezorgd over het lot van de meer dan honderdduizend Filipijnen die vanwege twee weken van gevechten tussen het leger en rebellen huis en haard zijn ontvlucht. 

De VN zeiden woensdag te vrezen dat de vluchtelingen ziektes oplopen als gevolg van de slechte hygiënische omstandigheden in opvangcentra.

Volgens de Filipijnse regering is het geweld in de buurt van de zuidelijke stad Zamboanga bijna ten einde. Een grote groep opstandelingen nam daar op 9 september bijna tweehonderd burgers in gijzeling na een mislukte poging de stad in te nemen.

Het Filipijnse leger zei woensdag dat de rebellen bijna zijn verdreven en de laatste gijzelaars kunnen worden bevrijd. Bij de gevechten zijn tot nu toe zo'n 132 mensen om het leven gekomen.

Verdreven

Meer dan 158 duizend mensen zijn door het geweld getroffen en meer dan tienduizend huizen zijn verwoest. In Zamboanga zijn 109 duizend mensen verdreven en in de nabijgelegen provincie Basilan bijna 19 duizend, zei Luiza Carvalho, VN-coördinator voor burger- en humanitaire zaken in de Filipijnen.

"We zijn steeds ongeruster over de situatie en de groeiende noden van de mensen die in het geweld zijn verzeild geraakt", zei ze in een verklaring.

Volgens Carvalho zitten zo'n zeventigduizend mensen in een sportcomplex in Zamboango waar de hygienische faciliteiten ontoereikend zijn. Gevreesd wordt voor de uitbraak van ziektes. Ook is er te weinig voedsel en drinkwater.