Voor het eerst sinds de oprichting van de Bondsrepubliek in 1949 komt de liberale FDP niet in de Bondsdag. 

Pas één keer eerder overkwam het een regeringspartij dat zij de kiesdrempel niet haalde: dat was het lot van de oorlogsslachtofferspartij GB/BHE in 1957.

De FDP hielp in 1949 de eerste West-Duitse bondskanselier, Konrad Adenauer, te kiezen en zat vervolgens in totaal meer dan 40 jaar in de regering, langer dan elke andere partij.

Van 1949 tot 1957 en van 1961 tot 1966 regeerden de liberalen met de christendemocratische CDU/CSU. De FDP was toen een rechtse liberale partij die nauw verbonden was met de ondernemers.

In de tweede helft van de jaren 60 werd de linksere burgerrechtenbeweging binnen de partij sterker. Partijleider Walter Scheel durfde na de Bondsdagverkiezingen in 1969 de ommezwaai aan: de FDP hielp Willy Brandt aan het bondskanselierschap, de eerste SPD'er die die functie bekleedde, na 20 jaar regeringsleiders van de CDU.

SPD en FDP

De 'sociaalliberale' coalitie van SPD en FDP regeerde 13 jaar lang. In 1982 bracht FDP-leider Hans-Dietrich Genscher SPD-bondskanselier Helmut Schmidt ten val en de CDU'er Helmut Kohl aan de macht. Dat bondgenootschap hield 16 jaar stand.

In 1998 moesten de liberalen voor 11 jaar in de oppositie: een rood-groen bondgenootschap bracht de SPD'er Gerhard Schröder aan de macht. In 2005 ging Angela Merkel een zogeheten grote coalitie aan van CDU/CSU en SPD. Pas in 2009 ging de FDP weer regeren met de CDU/CSU.

De FDP leverde twee bondspresidenten: Theodor Heuss (1949-1959) en Walter Scheel (1974-1979).