Een militaire ingreep in Syrië zonder mandaat van de Verenigde Naties zou in strijd zijn met het internationaal recht, meent de externe volkerenrechtelijk adviseur van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Daarmee neemt hij een ander standpunt in dan de interne volkenrechtelijk adviseur van de Britse regering, die meent dat militaire acties tegen Syrië volgens het internationaal recht zijn toegestaan.

Het advies van de Britse adviseur kwam donderdag naar buiten, voordat het Lagerhuis zich ging buigen over een voorstel van de regering over Syrië.

Daarin staat dat de VN-Veiligheidsraad pas mag besluiten over militaire acties, nadat hij de bevindingen van de inspecteurs die onderzoek doen naar het gebruik van gifgas in het Arabische land, heeft bekeken. De stemming over het voorstel wordt rond 23.00 uur verwacht. Labour, dat in de oppositie is, heeft volgens de BBC al laten weten tegen te stemmen.

Onrechtmatig

Volkenrechtelijk adviseur professor Nollkaemper van de Universiteit van Amsterdam schrijft donderdag in een brief aan het kabinet juist dat hij een militaire interventie in de gegeven situatie onrechtmatig acht.

Ook in het Nederlandse parlement wordt donderdag over de kwestie gedebatteerd. De Verenigde Staten (VS), Groot-Brittannië en Frankrijk overwegen een militaire ingreep in Syrië, om het regime van president Bashar al-Assad 'te straffen' voor de vermeende inzet van chemische wapens tegen de eigen bevolking.

Het lijkt vrijwel uitgesloten dat de andere twee permanente leden Rusland en China akkoord gaan met een ingreep. Zeker nu het VN-onderzoek ter plaatse nog niet is afgerond. De VS en Groot-Brittannië zeggen echter bewijs te hebben dat het regime van Assad achter de aanval zit en overwegen een snelle militaire reactie. 

Niet van toepassing

Professor Nollkaemper wijst erop dat het gebruik van geweld volgens het VN-Handvest alleen is toegestaan als er een mandaat van de Veiligheidsraad is of bij zelfverdediging. Dat is op de situatie in Syrië nu niet van toepassing.

Volgens de rechtsgeleerde gerechtvaardigt ook het gebruik van chemische wapens door Syrië, "hoe ernstig ook", niet het inzetten van geweld.

Volgens Nollkaemper zijn belangrijke voorwaarden dat er sprake is van van een dringende noodzaak en dat het belangrijkste doel van de interventie het stoppen van schendingen is. 

"Humanitaire interventie kan alleen als doel hebben dat de bedreiging van mensenlevens wordt weggenomen en is per definitie preventief. Dat bepaalde landen Syrië 'willen bestraffen', past niet binnen het recht op humanitaire interventie."

Politieke beoordeling

"De politiek moet beoordelen in hoeverre een militair ingrijpen als reactie op de gifgasaanval preventief van aard is", schrijft Nollkaemper.

"Het is ook een politieke beoordeling of Syrië opnieuw chemische wapens zal inzetten. Op basis van de informatie die ik nu voor handen heb staat niet vast dat hiervan sprake is." 

Volgens Nollkaemper past het straffen van Syrië voor de gifgasaanval niet in het recht op humanitaire interventie. "Een dergelijke aanval kan niet anders dan als onrechtmatig worden beschouwd."

Overzicht: Situatie in Syrië l Achtergrond: Wat zijn chemische wapens? l Dossier Syrië