Hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG)  trekt zich terug uit Somalië. 

Dat meldt de organisatie woensdag.

Volgens AzG laten zowel de leiders van het land als de opstandelingen het toe dat ngo's worden aangevallen. 

De organisatie ziet zich gedwongen alle medische noodhulpprogramma's in het Oost-Afrikaanse land stop te zetten door "extreme aanvallen'' op haar medewerkers, waarbij "gewapende groepen en civiele leiders het doden, plegen van aanvallen en ontvoeren van hulpverleners steeds meer ondersteunen, tolereren of goedkeuren''.

Ruim 1500 hulpverleners boden tot woensdag onder meer gratis basisgezondheidszorg, hulp bij ondervoeding en bij bestrijding van epidemieën. Door de terugtrekking zullen honderdduizenden Somaliërs het zonder humanitaire hulp moeten stellen, aldus AzG. 

Burgeroorlog

Een woordvoerder van de hulporganisatie zei woensdag dat AzG al geen buitenlandse medewerkers meer in Somalië had zitten. De organisatie werkte alleen nog met lokale mensen. 

De terugtrekking is een gevoelige klap voor de reputatie van Somalië, dat de laatste tijd juist vooruitgang leek te boeken op het gebied van veiligheid en bestuur.

Het land werd in 1991 door een burgeroorlog in chaos ondergedompeld en in de tien jaar die volgden was de hoofdstad Mogadishu in handen van krijgsheren en aan Al-Qaida gelieerde militanten. Die laatste groep werd in 2011 verdreven uit de hoofdstad, waarna een burgerregering werd gekozen. 

Het radicaalislamitische Al-Shabab maakt nog steeds de dienst uit in het zuiden van het land. De groep laat zeer weinig buitenlandse hulpverleners toe in het gebied.