De nabestaanden van de slachtoffers van de 8 decembermoorden weigeren mee te werken aan een rapport van de Surinaamse regering over de mensenrechten in het land.

De nabestaanden hebben er geen vertrouwen in dat de regering hun standpunt op een juiste manier zal weergeven. Dat zegt Sunil Oemrawsingh, voorzitter van de Stichting 8 december 1982.

Suriname is in het kader van VN-verdrag over burgerrechten en politieke rechten verplicht te rapporteren over de mensenrechten in het land. Via een oproep in de kranten heeft de regering maatschappelijke organisaties opgeroepen hun mening over het onderwerp te geven.

Oemrawsingh zegt ''zeker te weten dat de Surinaamse regering de VN en de Surinaamse samenleving zand in de ogen zal strooien'' over de situatie in het land.

Amnestiewet

De oorzaak van dit wantrouwen is de amnestiewet die het parlement in 2012 aannam. Die heeft tot doel de verdachten van de 8 decembermoorden, onder wie president Desi Bouterse, vrijuit te laten gaan.

''Toen deze regering aantrad, is ons beloofd dat het proces (tegen de verdachten) gewoon door zou gaan. En toen kwam plotseling, zonder ons ook te consulteren, de amnestiewet", aldus Oemrawsingh.

"Wij, maar ook vele anderen uit de samenleving hebben daar bezwaar tegen gemaakt, maar er is niet geluisterd. Daarom wantrouwen we deze regering''. De stichting van Oemrawsingh schrijft haar eigen rapport en stuurt het aan de VN.

Bovendien is er nog steeds geen waarheids- en verzoeningscommissie, zoals de amnestiewet voorschrijft. Het parlement had die direct na de aanvaarding van de wet moeten instellen.