Het Pakistaanse schoolmeisje Malala Yousafzai heeft op haar 16de verjaardag vrijdag de Verenigde Naties in een toespraak opgeroepen meer te doen voor de toegankelijkheid van kinderen tot het onderwijs. 

Yousafzai sprak tegenover secretaris-generaal Ban Ki-moon en 500 jonge leiders vanuit de hele wereld. De Verenigde Naties hebben 12 juli uitgeroepen tot 'Malala dag'.

Yousafzai riep de verschilende wereldleiders op om op te komen voor de rechten van vrouwen en kinderen. Vooral het recht van kinderen op onderwijs was een belangrijk punt. 

Yousafzai vertelde verder dat in haar ogen onderwijs het wapen is tegen armoede en terrorisme. "Een kind, een leraar, een boek en een pen kunnen de wereld veranderen," vertelde ze. 

Actie

Na afloop van haar toespraak overhandigde ze Ban Ki-moon een symbolische zandloper voor de tijd die verspild wordt door wereldleiders door geen actie te ondernemen voor het toegankelijk maken van onderwijs voor alle kinderen wereldwijd. 

Organisaties UNESCO en Save the children hebben voorafgaand aan de toespraak een rapport gepubliceerd over de slechte toegangelijkheid tot het onderwijs dat sommige kinderen krijgen

In het rapport staat dat 95 procent van de kinderen die niet naar school kunnen in de armere landen wonen. Ongeveer 44 procent hiervan woont in het gebied ten zuiden van de Sahara in Afrika, 19 procent in zuid en west Azië en 14 procent in Arabische landen. Van die kinderen is 55 procent een meisje.

Conflicten

"In de meeste van de armste landen in de wereld vernietigen gewapende conflicten niet alleen de infrastructuur van het onderwijs maar ook de hoop en ambities van een hele generatie kinderen," aldus UNESCO directeur Irina Bokova.

Yousafzai zette zich in Pakistan in voor de rechten van meisjes op onderwijs. In oktober vorig jaar werd ze het slachtoffer van een schietpartij waarbij ze in het hoofd werd geraakt. Tegenwoordig gaat ze naar school in Engeland.