De oproep van president Desi Bouterse om Nederland te vergeven voor de daden in de slavernijperiode, is niet in goede aarde gevallen bij de Afro-Surinaamse organisaties in Suriname. 

Ook oud-president Ronald Venetiaan heeft geschokt gereageerd.

Afgelopen maandag zei Bouterse in een toespraak in het kader van de viering van 150 jaar afschaffing van de slavernij dat als Nederland om vergeving voor het slavernijverleden vraagt, Suriname die vergiffenis kan geven.

Rudy Bottse van de stichting 1 juli Keti Koti, kan nog steeds niet geloven dat Bouterse deze woorden heeft uitgesproken.

''Duizenden van mijn voorouders zijn op de meest ernstige wijze vernederd en in hun mens-zijn aangetast. Dat heeft gevolgen voor vele generaties. Dan kan het niet zo zijn dat een president op een blauwe maandag zomaar vergeving schenkt.''

Officiële excuses

Bottse is vooral verontwaardigd omdat zijn organisatie en een aantal andere zich hard maken voor officiële excuses van Nederland en voor financiële compensatie. Bouterse had met hen moeten afstemmen, vindt hij.

De uitspraken van Bouterse waren een reactie op de spijtbetuiging die de Nederlandse regering maandag deed bij monde van vicepremier Lodewijk Asscher. Die zei tijdens de herdenkingsplechtigheid in Amsterdam dat Nederland 'spijt en berouw' heeft over de slavernijperiode.

Context

Iwan Wijngaarde van de Federatie van Afrikan Srananman denkt dat Bouterse niet goed heeft nagedacht over wat hij heeft gezegd. ''Nederland heeft helemaal niet om vergeving gevraagd. Hij heeft het uit de context gehaald, dit is niet juist. Ik snap het niet.''

Minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) reageerde diplomatiek. ''Ik heb kennis genomen van de uitspraak van president Bouterse. Dit onderstreept de onlosmakelijke verbondenheid van onze samenlevingen door mensen, cultuur, taal en geschiedenis. Nederland zal zich blijven inspannen voor goede contacten tussen beide samenlevingen.''