Momcilo Krajisnik (68), tijdens de oorlog in Bosnië (1992-1995) rechterhand van de Bosnisch-Servische president Radovan Karadzic, komt vervroegd op vrije voeten. 

Dit heeft president Theodor Meron van het Joegoslavië-Tribunaal dinsdag besloten.

Krajisnik was voorzitter van het parlement van Republika Srpska, de Servische entiteit binnen Bosnië. Hij maakte deel uit van de leiding van de SDS, de partij van Karadzic, en wordt daarom door het tribunaal medeverantwoordelijk gehouden voor de ''etnische zuiveringen'' waarvan moslims en Kroaten slachtoffer werden.

In 1995 vertegenwoordigde Krajisnik Republika Srpska bij vredesoverleg in Dayton in de VS. De Amerikaanse Balkan-bemiddelaar Richard Holbrooke vond hem toen bijzonder koppig. In westerse media verwierf hij daarom de bijnaam ''Mister No'' (Meneer Nee).

Krajisnik werd in 2000 opgepakt. Het tribunaal in Den Haag veroordeelde hem in 2009 in hoger beroep tot 20 jaar cel. Hij werd naar Groot-Brittannië overgebracht voor het uitzitten van het restant van zijn straf. Krajisnik komt op 1 september vervroegd vrij, onder meer vanwege zijn ''voorbeeldig gedrag'' in de Britse gevangenis.

Alle berichten over het Joegoslavië-Tribunaal