China laat vanaf zondag in de noordwestelijke regio Xinjiang paramilitaire troepen patrouilleren. 

Bij rellen in de regio, die vooral wordt bevolkt door Oeigoeren, kwamen de afgelopen maanden ten minste 56 mensen om het leven. De troepen moeten zichtbaar zijn en de veiligheid verhogen, zo werd zaterdagavond besloten.

De Chinese autoriteiten zien Xinjiang bedreigd door separatisme, terrorisme en religieus extremisme, zo bleek uit een toelichting op het besluit om de paramilitairen zichtbaar te laten patrouilleren.

Woensdag kwamen ten minste 35 mensen om toen gebouwen van de politie en de overheid in de stad Likqun werden aangevallen. Ook elders in de provincie was het de afgelopen dagen onrustig. Het is vrijdag vier jaar geleden dat er in de regionale hoofdstad Urumqi rellen uitbraken tussen de Oeigoeren en Han-Chinezen. Daarbij kwamen toen bijna tweehonderd mensen om.

De spanningen komen voort uit onvrede onder de Oeigoeren - een islamitisch, Turkstalig volk - omdat er in de regio steeds meer etnische Han-Chinezen komen wonen. Ook voelen de Oeigoeren zich beperkt in het belijden van hun geloof en het spreken van hun eigen taal.