De ambtstermijn van de Iraanse president Ahmedinejad is bijna verstreken. Voor zijn opvolging zijn nog zes kandidaten in de race. Morgen gaan de Iraniërs naar de stembus. Wie zijn de kanshebbers?

Mohammed Bagher Ghalibaf: De burgemeester van Teheran heeft een uitstekende staat van dienst in de hoofdstad. In de acht jaar dat hij aan het bewind is, is de infrastructuur enorm verbeterd. Daarnaast liet Ghalibaf mooie parken aanleggen. Hoewel hij tot de conservatieven behoort, geldt Ghalibaf als een redelijk moderne man.

Zijn universitair docentschap draagt daar aan bij. Als burgemeester lag hij regelmatig in de clinch met Ahmedinejad. Bij de verkiezingen kan dat positief uitpakken. Hervormingsgezinden zijn echter zijn rol als politiechef bij de neergeslagen studentenprotesten van 2003 niet vergeten. In de polls gooit Ghalibaf hoge ogen. Voor wat ze waard zijn overigens, want deze worden vaak vanuit het buitenland gepeild.

Hassan Rouhani: Volgens dezelfde peilingen is Rouhani de grootste concurrent van Ghalibaf. Hij geldt als gematigd progressief en riep zich tijdens de campagne uit voor vrijlating van politieke gevangenen. Ook het huisarrest van Mousavi, volgens velen vier jaar geleden de eigenlijke winnaar van de verkiezingen, moet van Rouhani worden opgeheven.

Met deze opstelling trekt hij veel Iraniërs over de streep, die vanwege de vermeende fraude in 2009 eigenlijk niet wilden gaan stemmen. Rouhani krijgt vooral veel steun van vrouwen en jongeren. Het spreekt in zijn voordeel dat Mohammed Reza Aref, een andere progressieve kandidaat, zich deze week terugtrok om Rouhani als troef uit te spelen.

Saeed Jalili: De huidige toponderhandelaar over het Iraanse nucleaire programma staat bekend om zijn starre houding richting het westen. Van de vier conservatieve kandidaten is Jalili het meest conservatief. Hij is een saaie man, die als lieveling van ayatollah Khamenei wordt gezien, maar desondanks weinig kans lijkt te maken.

De verkiezingsdebatten verkleinden zijn kansen nog verder, want Jalili liet geen beste indruk achter. Zijn grootste hoop is de steun van de paramilitairen, die op veel plaatsen in het land kazernes hebben en hun omgeving kunnen mobiliseren. In het verleden was Jalili één van hen. Hij diende in de oorlog met Irak, waarin hij zijn rechterbeen verloor.

Ali Akbar Velayati: De langst zittende Iraanse minister uit de historie (buitenlandse zaken, 1981-1997) is momenteel de belangrijkste adviseur van ayatollah Khamenei op het gebied van buitenlandse zaken. Hij heeft de openlijke steun van de geestelijken uit Qom, wat hem zeker extra stemmen oplevert. Iraniërs die verandering willen, zullen daarentegen niet voor hem kiezen.

Tijdens de verkiezingsdebatten botste Velayati veelvuldig met Jalili over het nucleaire programma en de opstelling tegenover het westen. Velayati wil toenadering, maar wel met concessies van beide kanten. Aan het recht om uranium te verrijken, kan wat hem betreft niet worden getornd. Velayati is geen uitgesproken favoriet voor het presidentschap, maar wel een outsider.

Mohsen Rezai: Deed vier jaar geleden ook mee aan de verkiezingen, maar dat liep uit op een teleurstelling. Rezai was in de jaren tachtig commandant bij de Revolutionaire Garde, die de oppositie hardhandig de kop indrukte.

Hij geldt binnen de conservatieven als een betrekkelijke softie en is daardoor niet al te populair. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Velayati, die een jaknikker wordt genoemd, komt Rezai vaker voor zijn eigen mening uit. Beiden worden al enkele jaren door Interpol gezocht wegens mogelijke betrokkenheid bij de bomaanslag op een Joods cultureel centrum in Buenos Aires (1994). In Iran is dit echter volstrekt geen item.

Mohammed Gharazi: Een kandidaat zonder achterban, die misschien één procent van de stemmen zal halen. Gharazi zet in op een opbloei van de economie, maar in Iran worden vooral grapjes over hem gemaakt. Totaal kansloos bij de verkiezing